De leerling voor wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer worden ontzegd, als bij herhaling blijkt dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in het voertuig verstoort of de veiligheid van het voertuig en inzittenden in gevaar brengt. Uitgangspunt is dat het vervoer altijd veilig wordt uitgevoerd. De veiligheid van medeleerlingen, chauffeur en verkeersveiligheid mogen niet in het geding zijn. Schorsing van de leerling in het vervoer ontslaat ouders en/of de leerling niet van de verplichting tot het bezoeken van de school. Ouders zijn verantwoordelijk voor correct gedrag van hun kind.
Hierbij worden de volgende stappen gevolgd:
– Klachten worden in beginsel door de vervoerder opgelost volgens de klachtenprocedure;
– De vervoerder brengt de ouders op de hoogte van het gedrag van de leerling: mondeling en bevestigd via mail of brief;
– Als een klacht niet met de vervoerder wordt opgelost, neemt het college kennis van de informatie van het agressieve en/of ongewenste gedrag van de leerling en bespreekt dit met de ouders;
– Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval is terug te voeren op de lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking van de leerling dan wordt met vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht (bijv. begeleiding in het aangepast vervoer of eigen vervoer).
– Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval niet is terug te voeren op de beperking van de leerling, wordt het agressieve en/of ongewenste gedrag aan de leerling toegerekend. Het college neemt de beslissing over al dan niet sanctioneren en over de hoogte van de sanctie.
– Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het ongewenste gedrag moet worden toegerekend aan de ouders, dan voert het college hierover een gesprek met de ouders teneinde tot een oplossing te komen.
– Als bij het incident leerlingen van verschillende gemeenten zijn betrokken, hebben deze gemeenten - voordat een sanctie wordt opgelegd - eerst onderling overleg en afstemming.
– Voordat een beschikking wordt verstuurd vindt een gesprek plaats met de ouders. Afhankelijk van de ernst en herhaling van het incident ontvangen de ouders van het college een beschikking met:
• een schriftelijke waarschuwing of
• een tijdelijke uitsluiting of
• een (tijdelijke) uitsluiting zonder voorafgaande waarschuwing.
In een schriftelijke waarschuwing wordt in elk geval medegedeeld dat:
– de leerling gedurende het onderzoek niet wordt vervoerd met aangepast vervoer;
– bij herhaling van ongewenst gedrag de leerling voor een termijn van maximaal vier weken wordt uitgesloten van aangepast vervoer.
Bij een tijdelijke uitsluiting moet sprake zijn van herhaald agressief en/of ongewenst gedrag dat plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden na de datum van de eerste waarschuwingsbrief. Er vindt opnieuw onderzoek plaats als onder artikel 2, tweede lid is beschreven. Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het agressieve en/of ongewenste gedrag is toe te rekenen aan de leerling, dan vindt een gesprek plaats tussen de ouders van de leerling en de gemeente. Daarna ontvangen de ouders onder verwijzing naar de eerste waarschuwingsbrief een tweede brief waarin in elk geval wordt meegedeeld, dat:
– vanwege de herhaling van het agressieve en/of ongewenste gedrag de leerling voor een termijn van één dag tot vier weken wordt uitgesloten van enige vorm van leerlingenvervoer;
– als de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling wordt uitgesloten van het aangepaste vervoer met een maximum van twee maanden excl. vakanties.
In een schriftelijke waarschuwing wordt in elk geval medegedeeld dat:
– bij herhaling van ongewenst gedrag de leerling voor een termijn van maximaal vier weken uitgesloten wordt van aangepast vervoer;
– als de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling wordt uitgesloten van aangepast vervoer met een maximum van twee maanden excl.vakanties.
– als de leerling zich vervolgens na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, de leerling wordt uitgesloten voor de rest van het schooljaar.
Artikel 2
Onaanvaardbaar gedrag van de leerling binnen het vervoer
Onderdeel van Nadere regels bij de Verordening leerlingenvervoer gemeente Baarn 2025