In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
twee maanden later.
In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
afgeschreven, dat de op grond van artikel 7, eerste lid, bedoelde
belasting moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De
eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk
van de volgende termijnen telkens een maand later.
Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid
tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het
betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische
betalingsincasso en gelden de betalingstermijnen, zoals genoemd in
het eerste lid.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
lid gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2011