Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1.2

Beleidsbepalende factoren

Onderdeel van Welstandsnota 2009 Gemeente Eersel

Het invullen van de beleidsruimte wordt bepaald door een combinatie van een aantal factoren. Een eerste factor heeft te maken met de landelijke keuze voor de invoering van de lichte bouwvergunning. De achtergrond voor het instellen van deze categorie kan als volgt worden omschreven: voor een reeks eenvoudige(re) plannen moeten beslissingen op aanvragen om bouwvergunning sneller worden genomen zodat de klant direct weet wanneer een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Bepalend bij de beantwoording van de vraag of een type bouwwerk vergunningvrij dan wel licht-bouwvergunningplichtig wordt, is met name:- of in redelijkheid onaanvaardbare risico's ten aanzien van de constructieve veiligheid van een type bouwwerk te verwachten zijn (zo nee, dan kan het vergunningvrij worden), en- of in redelijkheid onaanvaardbare effecten zijn te verwachten op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving van zo'n bouwwerk (met name de openbare ruimte), die niet tot aanvaardbare proporties kunnen worden teruggebracht door in een Algemene maatregel van Bestuur ruimtelijke randvoorwaarden te stellen (zo nee, dan kan het vergunningvrij worden).Op een aanvraag om lichte bouwvergunning moet binnen 6 weken een beslissing worden genomen.Een tweede factor resulteert uit de ervaringen van de eerdere welstandsnota’s van 2004 en 2007. De ervaringen laten zien dat:- de medewerkers bij aanvragen om lichte bouwvergunning (te) vaak toch het advies van de welstandscommissie moeten vragen, omdat de sneltoetscriteria zich tegen het bouwplan verzetten;- het aanvragen van advies aan de welstandscommissie voor plannen (te)veel doorlooptijd en capaciteit vergt;- in veel van de voorgelegde aanvragen om lichte bouwvergunning alsnog een positief welstandsadvies volgt.Een derde factor is de op 28 juni 2007 door de gemeenteraad van Eersel geformuleerde opdracht aan het college van burgemeester en wethouders: bereid een voorstel voor waarbij het welstandstoezicht tot het hoogst noodzakelijke wordt teruggebracht. De uitwerking van deze opdracht heeft geresulteerd in de op 16 december 2008 vastgestelde ‘Nota van uitgangspunten welstandsnota 2009’ inclusief het aangenomen amendement waarbij, in het kort gesteld, ‘achterkanten’ welstandsvrij worden met een excessenregeling. Een verdere vermindering en verruiming van de regels is in deze nota doorgevoerd.Wanneer de voornoemde factoren worden gecombineerd leidt dit tot het gemeentelijk standpunt dat aanvragen om bouwvergunning voor de toets aan redelijke eisen van welstand in beginsel niet worden voorgelegd aan een onafhankelijk adviesorgaan in de vorm van een welstandscommissie. Er kan worden volstaan met een ambtelijke toetsing aan de hand van vastgesteld beleid (de sneltoetscriteria). Als een bouwplan niet ambtelijk kan worden afgehandeld kan of zal alsnog advies worden gevraagd aan de onafhankelijk deskundige commissie.De meerwaarde voor een toetsing door een onafhankelijke deskundigencommissie is niet concreet aanwezig, terwijl het voorleggen aan een dergelijk orgaan wel relatief veel (doorloop)tijd en energie vergt. Zonder toezicht van een onafhankelijk adviesorgaan kunnen de risico's ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit goed worden beheerst door het stellen van zo duidelijk mogelijke sneltoetscriteria.

Rechtspraak bij dit artikel