De aanvrager moet uiterlijk 2 maanden na de afronding van de activiteiten (geteld vanaf de 1e dag van de maand na afronding) minimaal de onderstaande zaken aanleveren.
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht, inclusief een reflectie op de realisatie van de door u genoemde doelstelling(en).
een realisatie van de ingediende begroting waaruit blijkt hoe de werkelijke kosten en opbrengsten zich verhouden ten opzichte van de begrote kosten en opbrengsten volgens dezelfde opzet van de bij de aanvraag ingeleverde begroting.
De verleende subsidie moet terug te zien zijn in het jaarverslag van de aanvrager en wordt vastgesteld samen met de ‘jaarsubsidie’ uit de regeling Professionele Kunsten ’s-Hertogenbosch 2025-2028.
Als het voor de beoordeling van belang is kan het college aanvullende stukken opvragen of verzoeken tot deelname aan een evaluatiegesprek.
Het college kan om een accountantsverklaring vragen in het geval de organisatie in het betreffende kalenderjaar meer dan € 100.000,- subsidie ontvangt. Dit betreft een beoordelingsverklaring voor totaalbedragen van € 100.001,- tot en met € 500.000,- en een controleverklaring vanaf € 500.001,-.
Artikel 13
- Verantwoording en definitieve vaststelling subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling Innovatie Culturele Instellingen 2025