Kinderopvang/BSO in stedelijk gebied
In het stedelijk gebied willen we meewerken aan initiatieven voor nieuwe voorzieningen voor kinderopvang als hoofdactiviteit (maatschappelijke functie) als dat ruimtelijk past. Op bedrijventerreinen is vestiging van een kinderopvang in de basis niet wenselijk. Uitzondering hierop kan zijn voor gemengde bedrijventerreinen waar enkel lichte vormen van bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn (maximaal milieucategorie 2).
Kinderopvang geldt conform de VNG lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ zelf als een bedrijf in milieucategorie 2 met een hinderafstand van 30 meter als gevolg van geluid en een hoge verkeersaantrekkende werking. In gemengde gebieden kan eventueel een kleinere afstand (10 meter) gehanteerd worden.
Bij de afweging voor vestiging van kinderopvang in het stedelijk gebied kijken we in ieder geval naar de volgende aspecten:
Passend in de verkeersstructuur en het verkeersbeeld voor een veilige verkeersafwikkeling. Halen en brengen gebeurt vaak op een piekmoment aan het begin en aan het einde van de dag. Er moet voldoende parkeergelegenheid zijn voor het halen en brengen en voor medewerkers.
We streven niet per definitie naar concentratie van BSO/Kinderopvang bij scholen, maar combinatie met een school is wel logisch. Bijvoorbeeld voor dubbelgebruik van de speelplaats of het beperken van verkeersbewegingen. Ook kan het voor ouders van meerdere kinderen handig zijn om deze naar dezelfde locatie te brengen en halen. Maar ook een combinatie met andere maatschappelijke functies zoals een buurthuis, sportlocatie, zorglocatie of kinderboerderij zijn voorstelbaar.
Kinderopvang en BSO zijn gevoelige functies. Het gaat om kwetsbare en beperkt zelfredzame groepen waarbij voldoende afstand tot risicovolle en hinder veroorzakende activiteiten dient te worden gehouden op basis van de hiervoor geldende regelgeving. Denk daarbij aan bedrijven maar ook aan wegen en spoorwegen.
Kinderopvang en BSO veroorzaken zelf ook effecten op hun omgeving. Denk aan de eerdergenoemde verkeersbewegingen maar ook het geluid van (buiten) spelende kinderen. Stemgeluid van kinderen wordt in het milieuspoor (toetsing aan het Besluit Activiteiten leefomgeving) weliswaar buiten beschouwing gelaten, maar moet wel meegenomen worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dat wil zeggen dat buitenspeelplaatsen goed moeten worden ingepast en geen onevenredige hinder mogen veroorzaken op omliggende functies. We hanteren daarvoor de eerdergenoemde minimale afstandsnorm van 30 en 10 meter. Andersom kunnen spelende kinderen juist veel toevoegen aan bijvoorbeeld de beleving van ouderen. Dit kan bij wooncomplexen voor ouderen maar ook in de buurt van een dagbestedingslocatie mooie verbindingen opleveren.
Kinderopvang/BSO in het buitengebied
Kinderopvang/BSO is zoals gezegd een stedelijke functie die in eerste aanzet ook thuishoort in het stedelijk gebied zodat ouders kun kinderen met de fiets of te voet naar de kinderopvang/BSO kunnen brengen en dat BSO’s ook in de buurt van scholen gevestigd worden. We willen echter ook in het buitengebied ruimte bieden voor kinderopvang en BSO. Landelijk zijn er meerdere mooie voorbeelden van professionele vormen van agrarische kinderopvang die een bijzondere vorm van opvang bieden. De relatie met het buitengebied (ruimte, rust, natuurbeleving, omgaan met dieren) maakt deze voorzieningen onderscheidend ten opzichte van de voorzieningen in stedelijk gebied. Vestiging is echter alleen mogelijk op een bestaand “bestemmingsvlak”, dus als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of een woonfunctie of als invulling van een functieveranderingsopgave van een vrijkomend agrarisch bedrijf (VAB). De functie dient ingepast te worden in de bestaande bouwmogelijkheden en verdere verstening van het buitengebied moet beperkt worden. In sommige gevallen kan de Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap van toepassing zijn. Bovendien is het van groot belang dat een dergelijke gevoelige functie op voldoende afstand van risicovolle of hinder veroorzakende activiteiten wordt gesitueerd en dat reeds aanwezige functies zoals agrarische of buitengebied gebonden bedrijven niet worden belemmerd in hun functioneren en ontwikkelingsmogelijkheden. We kijken daarbij in ieder geval naar de volgende aspecten:
Kinderopvang/BSO is voorstelbaar als ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of als invulling van een (voormalige) VAB locatie waarbij kinderopvang als nevenactiviteit bij de woonfunctie mogelijk is. De functie wordt ingepast binnen de bestaande bouwmogelijkheden tot een maximum van in beginsel 500 m2 (exclusief buitenruimte). Dit sluit aan op de toegestane oppervlakte van nevenactiviteiten zoals we die in het bestemmingsplan Buitengebied (tijdelijk omgevingsplan) al geregeld hebben.
In het geval van volledige functieverandering dient alle andere overbodige/voormalige bedrijfsbebouwing te worden gesaneerd.
Kinderopvang/BSO is voorstelbaar in bebouwingsconcentraties, stads- en dorpsranden en gemengd landelijk gebied, niet in primair agrarisch gebied. De mogelijkheden in het overig agrarisch gebied hangt af van de nabijheid van dorpen en het stedelijk gebied en van andere agrarische bedrijven, en in hoeverre dit belemmerend is voor de bedrijfsvoering dan wel vanuit het oogpunt van leefklimaat niet wenselijk is.
Er moet sprake zijn van voldoende mogelijkheden voor parkeren en een veilige verkeersafwikkeling. Parkeren dient op het eigen terrein plaats te vinden en de locatie dient passend ontsloten te zijn (bv niet aan een smal zandpad dat enkel geschikt is voor landbouwverkeer).
Net als in stedelijk gebied geldt dat kinderopvang en BSO gevoelige functies zijn, waarbij voldoende afstand in acht genomen moet worden t.o.v. wegen (50 m provinciale weg en 300 m rijksweg) en andere risicovolle en hinder veroorzakende bedrijven. Hiervoor zal voldaan moeten worden aan de geldende wet- en regelgeving op dit gebied.
Speciale aandacht gaat uit naar hinder op het gebied van geluid en luchtkwaliteit en risico’s op het gebied van gezondheid als gevolg van omliggende agrarische bedrijven.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.3
Hoe willen we het oplossen?
Onderdeel van Actualisatie Omgevingsbeleid 2025