Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.3

Hoe willen we het oplossen?

Onderdeel van Actualisatie Omgevingsbeleid 2025

We maken onderscheid tussen twee type camperplaatsen (naast camperplaatsen op bestaande recreatieterreinen): Kleinschalige campervoorzieningen als nevenactiviteit bij een andere functie; De meer grootschalige camperplaatsen als zelfstandige functie. Kleinschalige campervoorzieningen zijn toegestaan als nevenactiviteit bij een andere functie zoals een woning, een (agrarisch) bedrijf of een horecavoorziening. Dit geldt zowel voor het stedelijk gebied als het buitengebied. Bij de beoordeling van verzoeken kijken we daarbij in iedergeval naar de volgende aspecten: Een camperplaats is voorstelbaar als nevenactiviteit bij een bestaande functie en moet binnen hetzelfde bestemmingsvlak worden ingepast, of direct aansluitend op eigen terrein. De camperplaats moet stedenbouwkundig en landschappelijk goed worden ingepast op eigen terrein. Daarbij kijken we onder andere naar de beschikbare ruimte, bij voorkeur op het achterterrein, niet direct aan de straat of openbare ruimte, goede bereikbaarheid en een camperplaats mag niet ten koste gaan van parkeervoorzieningen voor de reeds aanwezige functie. Bij een woning of andere functie in stedelijk gebied gaan we uit van een maximum van vijf camperplaatsen (hoewel in de praktijk de beschikbare ruimte eerder de beperkende factor zal zijn). Voor woningen in het buitengebied gaan we eveneens uit van een maximum van vijf plekken, gelijk aan de mogelijkheid voor een kleinschalige kampeervoorziening (de camperplaatsen komen daarvoor dan in de plaats en kunnen met dezelfde ontheffing worden vergund). Voor camperplaatsen bij een agrarisch bedrijf geldt dat deze ingepast kunnen worden in de regeling voor kleinschalige kampeervoorzieningen bij de boer (maximaal 25 plekken). Voorzieningen dienen te passen binnen de bestaande bouwmogelijkheden van onderliggende functie. Er mag geen sprake zijn van onevenredige aantasting van woon- en leefklimaat van omliggende woningen of belemmeringen van omliggende bedrijven. Kleinschalige campervoorzieningen zijn niet toegestaan in primair agrarisch gebied of op een bedrijventerrein. Er dient sprake te zijn van een goed verblijfsklimaat passend binnen de regelgeving voor milieuhinder en veiligheid De maximale verblijfsduur is 7 nachten en permanente stalling is niet toegestaan Er dient voorzien te worden in goede voorzieningen voor elektriciteit en (afval)water. Naast kleinschalige voorzieningen zien we ook aanvragen voor grotere voorzieningen. Dan gaat het om een solitaire verblijfsrecreatieve functie, soms gecombineerd met bijvoorbeeld mogelijkheden voor stalling, reparatie en onderhoud. Een dergelijke voorziening kan een passende invulling zijn van een voormalig (agrarisch) bedrijf (VAB locatie) in het buitengebied of een locatie aan de rand van het stedelijk gebied, bijvoorbeeld nabij Herperduin of in een van de dorpen op de oeverwal langs de Maas. Hierbij kijken we bij de beoordeling in ieder geval naar de volgende aspecten: De camperplaats moet stedenbouwkundig en landschappelijk goed worden ingepast. Daarbij kijken we onder andere naar de beschikbare ruimte, bij voorkeur op het achterterrein, niet direct aan de straat of openbare ruimte, goede bereikbaarheid. Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. Er mag geen sprake zijn van onevenredige aantasting van woon- en leefklimaat van omliggende woningen of belemmeringen van omliggende bedrijven. Campervoorzieningen zijn niet toegestaan in primair agrarisch gebied of op een bedrijventerrein. Er dient sprake te zijn van een goed verblijfsklimaat passend binnen de regelgeving voor milieuhinder en veiligheid De maximale verblijfsduur is 7 nachten. Voor permanente stalling dient een specifieke regeling te worden opgenomen. In het buitengebied is een meer grootschalige camperplaats mogelijk als invulling van een VAB locatie, met bijbehorende afwegingskader zoals genoemd in het beleid voor vrijkomende agrarische bedrijven. De locatie krijgt dan een recreatiefunctie. Alle voormalige agrarische bebouwing dient te worden gesaneerd en er mag maximaal 1000 m2 worden hergebruikt/herbouwd voor stalling. Er geldt een maximum van 25 recreatieve camperplaatsen. Er dient voorzien te worden in goede voorzieningen voor elektriciteit en (afval)water.

Rechtspraak bij dit artikel