Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 3.6

Medewerkingsplicht

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Breda 2025 (nieuw)

1.. De jeugdige en zijn ouders verlenen hun medewerking aan het onderzoek als bedoeld in artikel 4.1 van de verordening om in aanmerking te komen voor een individuele voorziening. 2.. De jeugdige en zijn ouders verlenen hun medewerking aan een evaluatie van de ingezette jeugdhulp als bedoeld in artikel 4.7 van de verordening. De jeugdige en zijn ouders verlenen, indien het college hierom verzoekt, eveneens hun medewerking aan een evaluatie van de door het Stevig Lokaal Team geleverde vrij toegankelijke jeugdhulp. 3.. De jeugdige en zijn ouders verschaffen aan het college in het kader van een onderzoek als bedoeld in lid 1 of een evaluatie als bedoeld in lid 2 alle gegevens en bescheiden, die daarvoor naar het oordeel van het college nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 4.. De jeugdige en zijn ouders informeren het college in ieder geval uit eigen beweging: Wanneer er wijzigingen plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een verhuizing naar een andere gemeente, die het recht op jeugdhulp kunnen beïnvloeden; Als de ingezette jeugdhulp niet (meer) passend is, en waarom deze jeugdhulp niet of niet meer passend is; Als de jeugdige niet meer is aangewezen op een individuele voorziening of een pgb en waarom de jeugdige daarop niet meer is aangewezen; Overige feiten en omstandigheden waarvan de jeugdige of de ouders redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of een pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel