Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.

Artikel 3.1.4.

Inhoud van de urgentieverklaring

Onderdeel van Huisvestingsverordening Leusden 2025

1.. De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: de naam en contactgegevens van de woningzoekende; de datum per wanneer de urgentieverklaring in werking treedt; de urgentiecategorie waarin de houder van de urgentieverklaring is ingedeeld; het zoekprofiel, dat een beschrijving bevat van uitsluitend de vereiste eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben, om het woonprobleem van aanvrager op te lossen; en, aan de urgentieverklaring verbonden of aan de houder van de urgentieverklaring opgelegde voorwaarden. 2.. De urgentieverklaring vervalt wanneer aan de houder van de urgentieverklaring een huisvestingsvergunning wordt verleend, maar uiterlijk: op de datum van sloop van de huidige woonruimte in geval van urgentieverklaringen waarmee woningzoekenden zijn ingedeeld in de in artikel 3.2.8 genoemde urgentiecategorie; of, zes maanden na de datum waarop de urgentieverklaring is verleend voor de overige urgentieverklaringen. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring éénmaal met ten hoogste zes maanden verlengen indien: geen van in artikel 3.1.2 of artikel 3.1.3 intrekkingsgronden van toepassing is; en, geen sprake is van het door de houder van de urgentieverklaring niet-reageren op of weigeren van een via het aanbodmodel aangeboden woonruimte die overeenkomt met het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel. 4.. In afwijking van het derde lid kunnen burgemeester en wethouders de geldigheidsduur van de urgentieverklaring met meer dan zes maanden verlengen indien dat naar hun mening noodzakelijk is gelet op de uitzonderlijke positie op de woningmarkt van de houder van de urgentieverklaring.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel