Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.

Artikel 3.2.1.

Uitstroom naar zelfstandig wonen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Leusden 2025

1.. Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘uitstroom naar zelfstandig wonen’ in aanmerking indien: burgemeester en wethouders de aanvraag om indeling in deze urgentiecategorie niet met toepassing van artikel 3.1.3 afwijzen; en de woningzoekende economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de woningmarktregio en tot een van de in het volgende lid genoemde categorieën behoort. 2.. Tot de in het vorige lid bedoelde categorieën behoren woningzoekenden: aan wie in ieder geval wegens dakloosheid een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend en deze opvang verlaten; aan wie wegens huiselijk geweld of mensenhandel een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend en deze opvang verlaten; die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten; die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten; die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie of gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten; of, die na een verblijf van tenminste drie aaneengesloten maanden een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten. die tijdelijk verblijven in begeleid wonen en waarbij Lariks namens de gemeente adviseert dat de woningzoekende kan uitstromen én dat zelfstandig wonen- al dan niet met ambulante begeleiding- mogelijk is 3.. Bij de indeling van de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorie kunnen burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorwaarden opleggen: de woningzoekende ontvangt begeleiding voor een door burgemeester en wethouders te bepalen duur van een instelling in de regio, indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende; de woningzoekende neemt de woonruimte in gebruik van een zorginstelling, indien dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende; de indeling in de urgentiecategorie beperkt zich tot een woonruimte in een gebied met kenmerken die structureel bijdragen aan de deelname van de woningzoekende aan de maatschappij. Deze beperking maakt deel uit van het in het in de urgentieverklaring op te nemen zoekprofiel. 4.. De in het vorige lid bedoelde voorwaarden worden in de urgentieverklaring vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel