**1..** Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘relatiebeëindiging’ indien:
aanvrager zijn of haar samenwoonrelatie niet langer dan drie maanden voor het aanvragen van de urgentieverklaring heeft beëindigd;
aanvrager en de leden van het huishouden waarmee hij of zij de nieuwe woonruimte wenst te betrekken, economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente;
aanvrager zorg draagt voor tenminste één tot zijn of haar huishouden behorend minderjarig kind;
het minderjarige kind/kinderen hoofverblijf heeft/hebben bij de ouder die de urgentie aanvraagt. Dit kan bij afwezigheid van een ouderschapsplan worden aangetoond met een notariële akte of een ander door een onafhankelijke partij opgesteld en door beide partijen ondertekend document; en,
het bepaalde in het tweede lid niet aan verlening van de urgentieverklaring in de weg staat.
**2..** Indien beide voormalige partners een in dit artikel bedoelde urgentieverklaring aanvragen, wordt slechts aan één van de aangevraagde urgentieverklaringen verleend:
de urgentieverklaring wordt verleend aan de voormalige partner waarbij het minderjarige kind/de minderjarige kinderen hoofdverblijf heeft/hebben. Dit kan bij afwezigheid van een ouderschapsplan worden aangetoond met een notariële akte of een ander door een onafhankelijke partij opgesteld en door beide partijen ondertekend document;
indien beide voormalige partners de zorg voor de in het eerste lid bedoelde minderjarige kinderen gelijk verdelen, wordt de urgentieverklaring verleend aan de voormalige partner met het laagste inkomen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.7.
Relatiebeëindiging
Onderdeel van Huisvestingsverordening Leusden 2025