**1..** Voor verhuur bestemde zelfstandige woonruimten met een huurprijs beneden de maximale huurgrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8 van de Wet is verleend.
**2..** Het eerste lid is niet van toepassing op:
woonwagens en standplaatsen voor woonwagens;
woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;
woonruimten waarvan de eigenaar maximaal 15 woningen verhuurt;
woonruimten die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen voor specifieke vormen van tijdelijke verhuur aan woningzoekenden in een sociale noodsituatie; deze aanwijzing vervalt van rechtswege na verloop van 4 jaar, tenzij de aanwijzing op verzoek van de verhuurder met een nieuwe periode van 4 jaar is verlengd.
zorgwoningen, waaronder te verstaan woningen die in gebruik zijn bij erkende zorginstellingen, geclusterde woningen van corporaties bedoeld voor ‘wonen met een zorg-doelgroep’ en woningen waarbij zorg en/of begeleiding in de directe nabijheid beschikbaar zijn. Zorgwoningen anders dan in gebruik bij erkende zorginstellingen dienen op verzoek van de verhuurder van de woonruimte door het college van burgemeester van en wethouders als zodanig te zijn gelabeld;
studentenwoningen, waaronder te verstaan woningen die alleen verhuurd worden met een campuscontract als bedoeld in de artikelen 274d en 274e van het Burgerlijk Wetboek en op verzoek van de verhuurder van de woonruimte door het college van burgemeester en wethouders als zodanig zijn gelabeld.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.
Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Onderdeel van Huisvestingsverordening Almere 2024