**1..** Burgemeester en wethouders kunnen ingeval van ruil van woonruimte bedoeld in artikel 2 een huisvestingsvergunning verlenen indien:
het huishouden voldoet aan het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de Wet en artikel 3 van deze verordening,
op voorhand niet te voorzien is dat ingebruikneming van de woonruimte door een van de partijen van beperkte duur zal zijn,
de woonruimte passend is bij het huishouden van partijen waarvoor geldt dat een woonruimte met 4 kamers of 5 of meer kamers zal worden bewoond door tenminste 3 respectievelijk 5 personen.
**2..** Indien het gelabelde woonruimte betreft als vermeld in artikel 9, eerste lid onder c en derde lid, wordt de huisvestingsvergunning slechts verleend indien het huishouden voor een dergelijke woonruimte in aanmerking komt.