Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van een voorrangsverklaring te wijzigen. De woningzoekende ontvangt in dat geval een nieuwe voorrangsverklaring onder intrekking van de eerder afgegeven verklaring.
Het college kan een voorrangsverklaring intrekken, indien:
Aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een voorrangsverklaring niet meer wordt voldaan;
De voorrangsverklaring is afgegeven op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
De woningzoekende niet in staat blijkt om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien;
Een hem aangeboden woning die past binnen het in artikel 2.1.16, onder c genoemde huisvestingsprofiel heeft geweigerd;
De voorrangsverklaring vervalt van rechtswege wanneer de woningzoekende zelf mag reageren op de aangeboden woningvoorraad en niet binnen een termijn van 3 maanden heeft gereageerd op een woning die past binnen het huisvestingsprofiel dat aan zijn voorrangsverklaring is gekoppeld.
Het college kan besluiten tot verlenging van de in artikel 2.1.16, onder d genoemde termijn, indien daar naar zijn oordeel gegronde redenen voor zijn.
Het college mandateert zijn bevoegdheid als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 aan de voorzitter van het PUV.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.18
Wijziging, intrekking, verlenging, vervallen voorrangsverklaring
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gemeente Alblasserdam 2025