De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op sociale indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een probleem heeft van sociale en/of maatschappelijke aard dat past binnen de criteria genoemd in lid 5 onder a, b of c van dit artikel en waardoor de huidige zelfstandige woonruimte niet langer geschikt is.
Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van sociale en/of maatschappelijke aard kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV.
Het college kan zich laten adviseren door de DG&J.
De woningzoekende komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring op sociale indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een sociaal en/of maatschappelijk probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel.
De voorrangscriteria voor sociale indicatie zijn de volgende:
Voorrangscriterium
Omschrijving
a. leefbaarheid:
Woningzoekende ondervindt ernstige, structurele problemen van sociale/maatschappelijke aard in de directe woonomgeving en woningzoekende en/of de gezinsleden van woningzoekende zijn geen medeveroorzaker.
b. financiële nood:
Door onvoorziene financiële problemen die aantoonbaar niet aan de woningzoekende te wijten zijn, kan de woningzoekende zijn woonlasten (huur, energiekosten) niet langer opbrengen, waardoor sprake is van acute dreiging van dakloosheid.
c. dreigende dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren):
Er is sprake van acute dreiging van dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij de woningzoekende aantoonbaar de volledige zorg draagt en aantoonbaar gedwongen is de woning te verlaten. Zodra één van de ouders van het kind/de kinderen in woonruimte kan voorzien komt de woningzoekende niet in aanmerking voor voorrang.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.9
Voorrangsgrond: sociale indicatie
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gemeente Alblasserdam 2025