Lid 1:
Voor het toepassen van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b Opiumwet wordt verwezen naar de aanwezigheid van verdovende middelen op lijst I en II behorende bij de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet.
Lid 2:
Bij toepassing van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b Opiumwet wordt aansluiting gezocht bij de artikelen 2, 3, 10, 10a, 11 en 11a Opiumwet en de Aanwijzing Opiumwet.
Lid 3:
De burgemeester toetst of zij bevoegd is om artikel 13b Opiumwet toe te passen en (tijdelijke) sluiting van de woning of het lokaal noodzakelijk en evenwichtig is. Er wordt bij het nemen van het besluit in het kader van de noodzakelijkheid en evenredigheid bijvoorbeeld betekenis toegekend aan de volgende omstandigheden (niet-limitatief):
de betrokkenheid/persoonlijke verwijtbaarheid/verantwoordelijkheid van de betrokkene;
de aanwezigheid van minderjarige kinderen;
de kwetsbaarheid (voor drugscriminaliteit) van de buurt;
het gevaar van de situatie.
Lid 4:
De last onder bestuursdwang wordt opgelegd aan de betrokkene bij de woning c.q. het lokaal. De betrokkene wordt gelast de woning of het lokaal te sluiten en voor een bepaalde periode gesloten te houden. Indien niet wordt voldaan aan de last, wordt bestuursdwang toegepast, waarbij de woning of het lokaal van gemeentewege wordt gesloten.
Lid 5:
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:25 en titel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen de kosten van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder, dan wel de betrokkene voor zover deze kosten redelijkerwijze niet of niet geheel op last van de overtreder behoren te komen.
Lid 6:
Een sluiting van een woning of lokaal houdt tevens in een sluiting van het bijbehorende erf. Een opgelegde sluiting omvat dus het gehele perceel.
Lid 7:
Als begunstigingstermijn wordt een perioden aangehouden waarbinnen, gelet op de omstandigheden van het specifieke geval, de betrokkene zelf in de gelegenheid is om gehoor te geven aan de opgelegde last. Bij lokalen geldt dat binnen het eerste uur van de begunstigingstermijn, de klanten uit de inrichting dienen te worden verwijderd.
Lid 8:
Het opleggen van een last onder bestuursdwang vindt plaats met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat, voordat een definitief besluit wordt genomen, de belanghebbende(n) schriftelijk op de hoogte wordt gebracht van het voornemen tot sluiting en dat hij/zij in de gelegenheid wordt gesteld mondeling of schriftelijk zienswijzen in te dienen.
Lid 9:
Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan zal het pand voor eenieder ontoegankelijk worden gemaakt.
Lid 10:
De duur van de sluiting is afhankelijk van de aard van het pand, de zwaarte van de overtreding en van de vraag of het pand reeds eerder gesloten is geweest en varieert qua termijn. Hierbij wordt verwezen naar de bijgevoegde handhavingsmatrix, onder artikel 7.
Lid 11:
Een wijziging in de huursituatie wordt als niet ter zake doende beschouwd, indien deze wordt aangebracht nadat de overtreding van de Opiumwet is geconstateerd. De ratio hierachter is dat de verhuurder niet met het plaatsen van andere huurders onder de last kan uitkomen. Het is immers op dat moment nog steeds noodzakelijk om de woning of het lokaal tijdelijk aan het criminele drugscircuit te onttrekken.