Er is sprake van een overtreding ingevolge artikel 13b, eerste lid, sub b van de Opiumwet (met andere woorden: er is sprake van voorbereidingshandelingen) bij het voorhanden zijn van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a lid 1 sub 3 of artikel 11a Opiumwet. Om te bepalen of deze situatie zich voordoet, kan rekening gehouden worden met de volgende (niet-limitatief opgesomde) indicatoren:
de aard van de stoffen en/of voorwerpen. Hierbij kan worden gedacht aan chemische stoffen, apparatuur of aanverwante artikelen die niet, nauwelijks of zeer onwaarschijnlijk voor andere doeleinden (kunnen) worden gebruikt dan voor de productie, transport, of handel van verdovende middelen;
de mate waarin de stoffen en/of voorwerpen erop wijzen bestemd te zijn voor de productie, transport of handel van verdovende middelen;
de combinatie van stoffen en/of voorwerpen;
de hoeveelheid stoffen en/of voorwerpen;
de mate van bekendheid van de woning of het lokaal waar dergelijke stoffen en/of voorwerpen gebruikt of verhandeld worden;
de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor de omwonenden.
Artikel 4
Voorbereidingshandelingen (artikel 13b lid 1 sub b Opiumwet)
Onderdeel van Damoclesbeleid Gemeente Stein