Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.2

Artikel 8.2.2

Fiets- en voetgangersbruggen

Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte 2025

Fietsbruggen in doorgaande (hoofd)routes moeten toegankelijk zijn voor gladheidsbestrijdingsmaterieel (bruggen buiten hoofdroutes worden handmatig gestrooid); Bruggen moeten goed toegankelijk, doorgankelijk en comfortabel te berijden zijn door fietsers en mindervaliden. Maximale helling conform ASVV 2021 of nieuwer (CROW, 2021); Voorkeur voor materiaal voetgangers- en fietsbruggen: composiet of hybride (stalen ligger met composiet dek); Per 1 juli 2021 moet een leuning die direct grenst aan een fiets- of bromfietspad minstens 1,3 meter hoog zijn. 1,3 m t.o.v. vloer als leuning direct naast pad of strook bestemd voor fietsers en/of bromfietsers ligt of direct naast gedeelde rijbaan die ook voor fietsers/bromfietsers bestemd is. Geen openingen waardoor een bol kan passeren met doorsnede groter dan 0,5 m; Horizontale afstand tussen dek en leuning max. 0,05 m. Vrijedoorgangsbreedte fietsbruggen : Eenrichtingsverkeer minimaal 140 cm breed; Tweerichtingsverkeer minimaal 240 cm breed. Een leuning die direct grenst aan een fiets- of bromfietspad moet minstens 1,3 meter hoog zijn. 1,3 m t.o.v. vloer als leuning direct naast pad of strook bestemd voor fietsers en/of bromfietsers ligt of direct naast gedeelde rijbaan die ook voor fietsers/bromfietsers bestemd is. Eisen Geen openingen waardoor een bol kan passeren met doorsnede groter dan 0,5 m; Horizontale afstand tussen dek en leuning max. 0,05 m.

Rechtspraak bij dit artikel