Sortiment: bij aanleg kan worden gekozen voor spontane ontwikkeling of inzaaien;
Spontane ontwikkeling alleen mogelijk in buitengebied of langs gebiedsontsluitingswegen;
Samenstelling bermmengsels per locatie te bepalen (eventueel een kruidenmengsel).
In het beheer aandacht voor ongewenste kruiden;
Breedte bermen en grasstroken zonder bomen minimaal 2,00 m;
Indien de berm te smal is voor een groenvoorziening (<1,00 m) kan worden gekozen voor een opvulling met een gesloten verharding;
Breedte bermen en grasstroken met bomen minimaal 3,50 m;
Afstand tussen obstakels in bermen minimaal 3,50 m;
De grond wordt voor het inzaaien gefreesd tot een diepte van 0,15 m en indien nodig gespit (RAW 51.02.01-08);
Indringingsweerstand van de grond bedraagt na aandrukken 1 tot 1,5 MPa tot een diepte van 0,75 m;
Bij bermen ter plaatse van brievenbussen en afvalbakken het gras verstevigen met grasbetontegels.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.2
Artikel 9.2.1
Ruig gras (bermen)
Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte 2025