Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Definities

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Schagen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanbieder: degene die als verkoper of verhuurder woonruimte te huur of te koop aanbiedt of doet aanbieden; aanbodinstrument: digitaal platform of media zoals bijvoorbeeld Woonmatch, Pararius, Funda of een daarmee qua bereik van en gebruiksgemak voor woningzoekenden vergelijkbaar digitaal platform of medium waar beschikbare woonruimte wordt aangeboden; directe bemiddeling: het rechtstreeks aan een woningzoekende aanbieden van woonruimte zonder dat die woonruimte via het aanbodinstrument te huur of te koop is aangeboden; eengezinswoning: grondgebonden woonruimte, bestemd en geschikt voor de huisvesting van een huishouden van meer dan twee personen; economische binding: economische gebondenheid als bedoeld in artikel 14 vierde lid onder a van de wet; huisbewaring: het voor bepaalde tijd, tenminste 2 maanden en maximaal 18 maanden, om niet in gebruik geven en nemen van een huisvestingsvergunningplichtige woonruimte bij tijdelijke afwezigheid van de hoofdbewoner; huishouden: één natuurlijk persoon of meer natuurlijke personen met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; huisvestingsindicatie: de huisvestingsindicatie als bedoeld in paragraaf 2.4 van deze verordening; ingangsdatum van de urgentieverklaring: de dag waarop het besluit tot verlening van de urgentieverklaring aan de aanvrager is bekendgemaakt; inschrijfsysteem: een systeem bedoeld in artikel 7 eerste lid van deze verordening, waar huishoudens zich als woningzoekenden kunnen inschrijven; inschrijfduur: de periode waarin een woningzoekende onafgebroken ingeschreven staat in het op de aangeboden woonruimte van toepassing zijnde inschrijfsysteem; inwoning: bewoning van een onzelfstandige woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; koopgarant: vorm van ‘Verkoop onder Voorwaarden’ waarbij een zelfstandige woonruimte door een particulier met (verrekenbare) korting gekocht wordt van een woningcorporatie of ontwikkelaar en waarbij aan de koper een terugverkoopplicht wordt opgelegd, op grond waarvan de woningcorporatie of ontwikkelaar de zelfstandige woonruimte ook weer verplicht terugkoopt als de eigenaar de zelfstandige woonruimte weer verkoopt; liberalisatiegrens: het bedrag genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag; lotingsinstrument: verdelingsmodel waarbij de volgorde waarin kandidaten voor de aangeboden woonruimte in aanmerking komen, door loting wordt bepaald en waarbij elke kandidaat eenzelfde kans heeft op een bepaalde plek in de te bepalen volgorde; maatschappelijke binding: maatschappelijke gebondenheid als bedoeld in artikel 14 vierde lid onder b van de wet; maatschappelijke opvang: door burgemeester en wethouders aangewezen vormen van opvang van personen in een instelling als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of een accommodatie of gesloten accommodatie als bedoeld in de Jeugdwet; mantelzorg: mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; middeldure huurwoning: zelfstandige huurwoning als bedoeld in artikel 7:234 BW die a) geen sociale huurwoning is en b) een waardering heeft van maximaal 186 WWS-punten of een aanvangshuurprijs heeft lager of gelijk dan het bedrag dat ingevolge de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte bij 186 WWS-punten hoort; monument: een zaak die vanwege zijn cultuurhistorische waarde op basis van regelgeving op Rijks-, provinciaal of gemeentelijk niveau is beschermd; Nationale Hypotheek Garantie (NHG): de borgtocht verstrekt door de door Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen, gevestigd te ’s-Gravenhage; onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; senior: een persoon van 55 jaar of ouder; sociale huurwoning: huurwoning met een huurprijs tot de liberalisatiegrens; sociale koopwoning: nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte: met een koopprijs van ten hoogste 80 % van de kostengrens zoals vastgesteld in de Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheek Garantie; en die wordt of is verkocht met koopgarant en waarvoor in verband met koopgarant een terugkoopverplichting van kracht is; urgentiecategorie: urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet; urgentieverklaring: de urgentieverklaring als bedoeld in paragraaf 2.5 van deze verordening; wet: Huisvestingswet 2014; woonduur: de aaneengesloten periode waarin de woningzoekende in diens huidige woonruimte woont; woongroep: complexgewijs beheerde eenheid van woonruimten van een woningcorporatie die middels een intermediaire partij verhuurd wordt; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; woningzoekende: huishouden dat staat geregistreerd in een inschrijfsysteem; WWS-punten: de punten bedoeld in het Besluit huurprijzen woonruimte; zoekprofiel: de beschrijving van de eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben, om het woonprobleem van de aanvrager gelet waarop de urgentieverklaring of de huisvestingsindicatie verleend is, op te lossen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel