Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5.

Artikel 22.

Beslissing op de aanvraag urgentieverklaring

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Schagen

1.. Burgemeester en wethouders weigeren de aangevraagde urgentieverklaring indien: de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid van de wet of artikel 4 van deze verordening niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; de aanvrager niet staat ingeschreven als woningzoekende in het inschrijfsysteem in de gemeente waar voorrang wordt aangevraagd; de aanvrager niet minimaal één jaar is ingeschreven als inwoner van de gemeente waar de voorrang wordt aangevraagd of, indien sprake is van de categorieën genoemd in artikel 25 onder a, h of i van deze verordening, de aanvrager direct voorafgaand aan het betreffende verblijf niet minimaal één jaar ingeschreven stond als inwoner van de gemeente waar de voorrang wordt aangevraagd; er geen sprake is van een dringend noodzakelijke behoefte aan woonruimte; het woonprobleem kon worden voorkomen of kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening of bewoning van onzelfstandige woonruimte; naar het oordeel van burgemeester en wethouders aannemelijk is, dat het woonprobleem of een oorzaak daarvan, niet afdoende weggenomen kan worden door verhuizing naar andere woonruimte; het aan de aanvraag ten grondslag liggende woonprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van aanvrager of een lid van zijn huishouden; de aanvrager niet in staat is om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien; de aanvrager 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag eerder om een urgentieverklaring heeft gevraagd; of in de 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag burgemeester en wethouders eerder een besluit op een aanvraag urgentieverklaring van dezelfde aanvrager hebben genomen. 2.. Bij de beoordeling van de aanvraag urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door: een woningcorporatie; of een door hen aan te wijzen instantie of deskundige. 3.. Burgemeester en wethouders verlenen de urgentieverklaring bedoeld in artikel 25 onder g van deze verordening in beginsel tenminste 18 maanden voorafgaand aan de verwachte datum van sloop of renovatie van de huidige woonruimte van de geadresseerde van de te verlenen urgentieverklaring. 4.. Het eerste lid, onder b en c, geldt niet voor vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen over de beoordeling van een aanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel