**1..** Burgemeester en wethouders weigeren de aangevraagde urgentieverklaring indien:
de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid van de wet of artikel 4 van deze verordening niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt;
de aanvrager niet staat ingeschreven als woningzoekende in het inschrijfsysteem in de gemeente waar voorrang wordt aangevraagd;
de aanvrager niet minimaal één jaar is ingeschreven als inwoner van de gemeente waar de voorrang wordt aangevraagd of, indien sprake is van de categorieën genoemd in artikel 25 onder a, h of i van deze verordening, de aanvrager direct voorafgaand aan het betreffende verblijf niet minimaal één jaar ingeschreven stond als inwoner van de gemeente waar de voorrang wordt aangevraagd;
er geen sprake is van een dringend noodzakelijke behoefte aan woonruimte;
het woonprobleem kon worden voorkomen of kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening of bewoning van onzelfstandige woonruimte;
naar het oordeel van burgemeester en wethouders aannemelijk is, dat het woonprobleem of een oorzaak daarvan, niet afdoende weggenomen kan worden door verhuizing naar andere woonruimte;
het aan de aanvraag ten grondslag liggende woonprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van aanvrager of een lid van zijn huishouden;
de aanvrager niet in staat is om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien;
de aanvrager 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag eerder om een urgentieverklaring heeft gevraagd; of
in de 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag burgemeester en wethouders eerder een besluit op een aanvraag urgentieverklaring van dezelfde aanvrager hebben genomen.
**2..** Bij de beoordeling van de aanvraag urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door:
een woningcorporatie; of
een door hen aan te wijzen instantie of deskundige.
**3..** Burgemeester en wethouders verlenen de urgentieverklaring bedoeld in artikel 25 onder g van deze verordening in beginsel tenminste 18 maanden voorafgaand aan de verwachte datum van sloop of renovatie van de huidige woonruimte van de geadresseerde van de te verlenen urgentieverklaring.
**4..** Het eerste lid, onder b en c, geldt niet voor vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen over de beoordeling van een aanvraag.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5.
Artikel 22.
Beslissing op de aanvraag urgentieverklaring
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Schagen