Het college kan een aanvraag voor een omgevingsvergunning verlenen voor een 'Meergeneratiewoning’, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
de meergeneratiewoning:
wordt/is uitgevoerd conform de eisen van een nultredenwoning;
beschikt over één eigen parkeerplaats op eigen terrein. Deze parkeerplaats moet aanvullend zijn ten opzichte van de bestaande parkeerplaats(en) van de hoofdwoning;
wordt ingepast binnen de bestaande, bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan met een minimum van 30 m2 en een maximum van 100 m2;
In afwijking van lid 3 kan in geval van bestaande bouw met 10% van de in lid 3 genoemde oppervlaktemaat afgeweken worden, indien de afwijking vanuit een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing noodzakelijk is;
als het oppervlakte van het totaal aan bijbehorende bouwwerken niet past binnen de bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan dient de generatiewoning:
gesitueerd te zijn in het buitengebied;
in zijn geheel of in delen verplaatsbaar te zijn;
niet kleiner te zijn dan 30 m2;
niet groter te zijn dan maximaal 100 m2.
er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van de functie aan de locatie;
er mag geen sprake zijn van een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft. Dit betekent ook dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
het (deel van het) gebouw waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd voldoet aan overige geldende wet- en regelgeving.