Onder de in artikel 4, eerste lid bedoelde kosten worden begrepen de geraamde en door het college goedgekeurde bedragen van:
de aanneemsom;
de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;
de kosten van de architect en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is;
de verschuldigde BTW voor zover deze niet kan worden teruggevorderd;
de leges voor de bouwvergunning en enige andere vergunning die nodig is voor het treffen van de voorzieningen;
de kosten van de CAR verzekering;
de kosten van het inspectierapport van de stichting Federatie Monumentenwacht Nederland of van een ander inspectierapport van een onafhankelijk adviesbureau.