Bij handhavend optreden zijn deze uitvoeringsnota en het afwegingskader (bijlage) het uitgangspunt voor de afweging wat per situatie de meest passende handhavingsmaatregel is.
Handhaving is maatwerk. Het college heeft dan ook oog voor de specifieke situatie van het geval. Individuele omstandigheden - verzwarend of verzachtend - kunnen van invloed zijn op het al dan niet opleggen van een maatregel en op de aard van de te nemen maatregel.
a)Handhavingsafweging
Grondslag voor het handhavend optreden zijn de bevindingen in het inspectierapport. Onderstaande uitgangspunten kunnen meegenomen worden in de besluitvorming over een passende handhavingsmaatregel.
Het college kan handhaven:
op het niet naleven van een voorschrift bij een opvangvoorziening;
op houderniveau, als de houder dezelfde overtreding begaat bij verschillende van haar opvangvoorzieningen;
Het college kan gelijktijdig een op herstel gerichte maatregel en een bestraffende maatregel inzetten voor dezelfde overtreding.
Het college kan besluiten om een of meerdere handhavingsmaatregelen over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen wanneer de aard van de overtreding en/of de omstandigheid hiertoe aanleiding geeft.
Het college kan bij herhaling van overtreding, een opeenvolging van (nieuwe) overtredingen bij dezelfde voorziening kinderopvang, of als een voorschrift op meerdere opvangvoorzieningen van dezelfde houder niet nageleefd wordt, een zwaardere handhavingsmaatregel opleggen.
Wanneer het afwegingskader niet voorziet in een voorschrift (bijvoorbeeld door een wijziging in de regelgeving), zoekt het college voor de handhaving aansluiting bij voorschriften waarin het kader wel voorziet.
Naast bovenvermelde uitgangspunten kan het college onder meer onderstaande afwegingen meenemen in de besluitvorming over een passende handhavingsmaatregel:
Is er een herstelaanbod gedaan?
Wat is de aard en de ernst van de overtreding?
Hoeveel overtredingen zijn er begaan?
Wat zijn de omstandigheden waaronder de overtreding begaan is?
Overige relevante omstandigheden zoals deze uit het inspectierapport en/of de daarin opgenomen zienswijze blijken.
b)Handhavingsmiddelen
Wanneer is geconstateerd dat een voorschrift gesteld bij of krachtens de Wko niet is nageleefd beschikt het college over de volgende handhavingsmiddelen.
Traject
Handhavingsmiddel*
Informeel herstellend
Gesprek (overleg & overreding) door de gemeente;
Schriftelijke waarschuwing
Formeel herstellend
Aanwijzing;
Verlenging van een GGD-bevel;
Last onder dwangsom;
Last onder bestuursdwang;
Exploitatieverbod.
Formeel bestraffend
Bestuurlijke boete
Overig
Intrekken toestemming tot exploitatie
*Zie voor een toelichting onder d) Maatregelen gericht op beëindiging van de overtreding
Bij de besluitvorming betrekt het college in elk geval:
Het inspectierapport, met daarin:
gerapporteerde overtreding(en);
bevindingen en conclusies van de toezichthouder;
indien van toepassing, de beschrijving van de omstandigheden;
het advies van de toezichthouder;
de reactie van de houder in het inspectierapport;
Reacties van de houder aan het college;
De handhavingsgeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;
De inspectiegeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;
Alle betrokken belangen waaronder het zwaarwegende belang van ouders en kinderen.
Bij de keuze voor de best passende maatregel sluit het college aan bij de uitgangspunten van deze uitvoeringsnota:
Vasthouden van de kwaliteit van goede kinderopvang;
Verbeteren van de kwaliteit van minder goede kinderopvang;
Snel structureel herstel waar de kwaliteit tekortschiet;
Zo nodig sluiting van locaties waar de kwaliteit ernstig en/of structureel tekortschiet.
c)Hersteltermijn
Bij een op herstel gerichte handhavingsmaatregel biedt het college een termijn om de overtreding alsnog te gaan naleven. Deze hersteltermijn is afgestemd op een redelijke tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen. Bij de bepaling van de termijn wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de overtreding, waarbij het uitgangspunt is dat de overtreding zo spoedig als dat redelijkerwijs mogelijk is moet worden opgeheven. Zo zullen overtredingen die direct invloed hebben op de kwaliteit van de opvang, bijvoorbeeld een onvoldoende (emotioneel) veilige en gezonde opvangomgeving, over het algemeen een korte hersteltermijn kennen.
De hersteltermijnen zijn opgenomen het afwegingskader (bijlage).
Met de uitgangspunten in het afwegingskader wordt de hersteltermijn per situatie aan de hand van de specifieke omstandigheden bepaald. Als de omstandigheden hiertoe naar het oordeel van het college aanleiding geven kan worden besloten tot een langere hersteltermijn dan in het afwegingskader vermeld.
d)Maatregelen gericht op beëindiging van de overtreding
Onderstaand volgt een opsomming van de maatregelen met een toelichting.
Verlenging van het GGD-bevel
Waarschuwing of overredingsgesprek
Aanwijzing
Last onder dwangsom of last onder bestuursdwang
Exploitatieverbod
Intrekken toestemming tot exploitatie.
Ad 1 Verlenging GGD-bevel, artikel 1.65 lid 3 en 4 Wko.
Als de GGD tijdens een onderzoek van oordeel is dat de kwaliteit op de opvangvoorziening dusdanig is dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan hebben, kan zij direct een bevel geven. De houder moet de door de GGD in dit bevel opgelegde maatregelen nemen binnen de in het bevel gestelde termijn. Als de situatie daar aanleiding toe geeft kan de te nemen maatregel ook inhouden dat de opvang gestaakt moet worden.
Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen. Dit kan door het college worden verlengd.
Ad 2 Waarschuwing of overredingsgesprek
Het college kan een schriftelijke waarschuwing geven of een gesprek voeren met de houder. In de waarschuwing wordt gewezen op een gedraging die in strijd is met een voorschrift gesteld bij of krachtens de Wko. Het doel is de houder de gelegenheid te geven de overtreding te beëindigen zonder dat een formeel handhavingstraject wordt gestart.
Ad 3 Aanwijzing
De aanwijzing benoemt de geconstateerde overtreding en geeft aan welke maatregel de houder binnen de geboden hersteltermijn moet nemen om de overtreding te beëindigen.
Ad 4 Last onder dwangsom, hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht
De last onder dwangsom benoemt evenals de aanwijzing de geconstateerde overtreding en geeft aan welke herstelmaatregel (de last) de houder binnen de geboden hersteltermijn moet nemen om de overtreding van een voorschrift te beëindigen. Het verschil met de aanwijzing is dat per op te volgen last een dwangsom wordt vastgesteld. Als de last tijdig en volledig is opgevolgd hoeft de dwangsom niet te worden betaald.
Een dwangsom kan op verschillende wijzen toegepast worden; een bedrag ineens, een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd of een bedrag per overtreding van de last.
Een last onder dwangsom kan ook preventief worden opgelegd wanneer het gevaar dreigt dat een voorschrift wordt overtreden.
Voorafgaand aan het opleggen van een last onder dwangsom wordt de houder in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit.
Wanneer gedurende drie jaar nadat de last onder dwangsom van kracht is geworden geen overtreding van het betreffende voorschrift is geconstateerd, is de last onder dwangsom niet langer van kracht.
Voor de toepassing en maximale hoogte van de dwangsombedragen verwijzen wij naar de bijlage (het afwegingskader).
Daarnaast kan het college bij het bepalen van de hoogte van de dwangsommen de volgende uitgangspunten hanteren.
De aard en de ernst van de overtreding;
Andere omstandigheden die naar het oordeel van de gemeente aanleiding geven tot verhoging of verlaging van de dwangsom.
Ad 4 Last onder bestuursdwang
Een last onder bestuursdwang is een herstelmaatregel waarbij de gemeente bevoegd is zelf een maatregel uit te voeren (door feitelijk handelen) wanneer de houder in gebreke blijft. De kosten van dit feitelijk handelen zijn voor de houder.
Ad 5 Exploitatieverbod
Het college verbiedt de houder om de voorziening in exploitatie te nemen of te houden. Dit exploitatieverbod duurt voort totdat het college de houder toestemming geeft om de exploitatie weer te starten. Hiertoe moet de houder de opgelegde herstelmaatregelen opvolgen en de gemeente daarover schriftelijk informeren. Daarop volgt in principe een nader onderzoek waarbij de houder de gelegenheid krijgt om aan de GGD aan te tonen dat de overtredingen zijn beëindigd. Aan het uitvoeren van dit nader onderzoek kan het college voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld het voorafgaand aan dit onderzoek onderbouwd aangeven welke maatregelen er zijn genomen en/of het toezenden van aangepaste documenten.
Als na verloop van drie maanden de houder nog niet heeft aangetoond dat de opgelegde herstelmaatregelen zijn opgevolgd kan het college een traject starten tot intrekken van de verleende toestemming tot exploitatie. Wanneer de omstandigheden daar aanleiding toe geven kan het college dit traject eerder in gang zetten.
Ad 6 Intrekken toestemming tot exploitatie
Het intrekken van de toestemming tot exploitatie is een handhavingsmiddel dat wordt ingezet wanneer eerdere maatregelen zoals een aanwijzing, last onder dwangsom of een exploitatieverbod niet het beoogde (blijvende) herstellende effect hebben bewerkstelligd.
Wanneer de toestemming tot exploitatie is ingetrokken mag niet langer opvang worden geboden of bemiddeling plaatsvinden. De voorziening wordt uit het LRK verwijderd. Voortzetting of hervatting van de exploitatie is illegale opvang en kan leiden tot een bestuurlijke boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet op de economische delicten.
e)Maatregel gericht op bestraffing van de overtreding
Het college kan een bestuurlijke boete opleggen wanneer een of meer voorschriften niet zijn nageleefd. Dit kan in de volgende situaties:
Bij overtreding van een voorschrift met directe gevolgen voor de veiligheid, gezondheid of het pedagogisch welbevinden van de kinderen in de dagelijkse opvangpraktijk;
Een opgelegde handhavingsmaatregel is niet of niet volledig opgevolgd;
Een exploitatieverbod is niet of onvoldoende nageleefd;
Er is geen of onvoldoende medewerking aan de GGD verleend;
Voorschriften van gelijke strekking zijn bij herhaling overtreden;
Het gastouderbureau draagt geen of onvoldoende zorg voor naleving van de wet door de gastouder;
Het gastouderbureau vervult de begeleidende en bemiddelende taken niet of onvoldoende;
Aan de registerverplichtingen wordt niet of onvoldoende voldaan;
Het exploiteren van een opvangvoorziening zonder de vereiste toestemming.
Voor de toepassing van het opleggen van een boete en de hoogte van de boetebedragen verwijzen wij u naar de bijlage (het afwegingskader). Onderstaande factoren kunnen leiden tot een verhoging of een verlaging van het boetebedrag:
Herhaalde overtreding;
De ernst van de overtreding;
De mate van verwijtbaarheid;
De omstandigheden waaronder de overtreding is begaan;
Een al dan niet actieve houding tot beëindiging van de overtreding;
Een gedeeltelijke beëindiging van de overtreding;
f)Handhaving na herstelaanbod
Na een herstelaanbod kan de GGD constateren dat de overtreding is beëindigd en om die reden een advies tot niet handhaven uitbrengen. Het college volgt doorgaans dit advies maar is bevoegd om daarvan af te wijken en een bestuurlijke boete op te leggen omdat de overtreding wel is geconstateerd.
Ook kan het college, wanneer er gezien de aard van de overtreding risico is op herhaling, een herstelmaatregel opleggen ter voorkoming van herhaling van de overtreding. Als de overtreding van een voorschrift na herstelaanbod niet (volledig) is beëindigd, handhaaft het college in principe conform het handhavingsbeleid zoals vastgelegd in deze uitvoeringsnota.
g)Handhaving en openbaarheid
Op grond van artikel 1.81 Wet kinderopvang publiceert de gemeente de in een besluit opgenomen handhavingsmaatregelen zodra dit besluit onherroepelijk is. Een besluit is onherroepelijk na het verstrijken van de bezwaartermijn. Publicatie gebeurt in het LRK en blijft drie jaar zichtbaar.
h)De bezwaarprocedure
Tegen een handhavingsbesluit of registerbesluit kan bezwaar worden aangetekend. De bezwaarprocedure staat in de betreffende brief vermeld. Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen uitstel van het besluit tot gevolg.
i)Het Openbaar Ministerie
Een aantal overtredingen is strafrechtelijk vervolgbaar en kan daardoor aangemeld worden bij het Openbaar Ministerie (verder: OM). Voorbeelden hiervan zijn het niet naleven van een exploitatieverbod, het zonder toestemming exploiteren van een voorziening kinderopvang en het niet verlenen van medewerking aan de toezichthouder (artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht en artikel 184 Wetboek van Strafrecht).
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.2
Maatwerk in handhaving
Onderdeel van Uitvoeringsnota Toezicht en Handhaving Kinderopvang 2025 gemeente Opmeer