Activa zijn volgens artikel 31 BBV onder te verdelen in:
vaste activa (duurzaam/gebruik);
vlottende activa (niet-duurzaam/verbruik).
Voor deze notitie zijn de vaste activa van belang. Dit bestaat uit de volgende drie onderdelen (artikel 33 BBV):
immateriële vaste activa;
materiële vaste activa;
financiële vaste activa.
Tot de immateriële vaste activa behoren de kosten die zijn verbonden aan het afsluiten van geldleningen, het saldo van agio en disagio, de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de bijdragen aan activa in eigendom van derden (artikel 34 BBV).
Materiële vaste activa zijn bezittingen van stoffelijke aard die langdurig gebruikt worden voor de bedrijfsvoering. In artikel 35 van de BBV wordt het volgende onderscheid gemaakt:
investeringen met een economisch nut;
investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
De materiële vaste activa worden concreter omschreven in artikel 52, eerste lid van het
BBV:
gronden en terreinen;
woonruimten;
bedrijfsgebouwen;
grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
vervoermiddelen;
machines, apparaten en installaties;
overig materiële vaste activa.
Financiële activa zijn (op hoofdlijnen) kapitaalverstrekkingen, langlopend verstrekte leningen en uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (artikel 36 BBV).
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3.
Soorten activa
Onderdeel van Nota rente activa en afschrijvingsbeleid 2024