Vanaf de invoering van het BBV is alleen de systematiek van de zogenaamde bruto waardering toegestaan. Die waardering geeft een goed integraal inzicht in de financiële positie van de gemeente (in baten en lasten). Bij deze methode worden de afzonderlijke vermogensbestanddelen vermeld op de balans. Het gaat dan om de werkelijke investeringen, bijdragen van derden (subsidieverstrekkers) en/of onttrekkingen aan bestemmingsreserves. Bijdragen van derden worden in mindering gebracht op de investering (art. 62 lid 2 BBV). De aanwending van de bestemmingsreserves moet bruto verantwoord worden en mag niet in mindering gebracht worden.
Voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, worden in mindering gebracht op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b en art.62 lid 3. Dit betreft voorzieningen voor het afdekken van een verlies bij investeringen waar een heffing tegenover staat (bijvoorbeeld riool).
Hoofdstuk 4.4.
Artikel 4.4.1
Bruto waardering
Onderdeel van Nota rente activa en afschrijvingsbeleid 2024