Bij het opstellen van de begroting worden ten aanzien van de kapitaallasten de volgende bedragen opgenomen:
Rente
Op basis van de kosten van kort krediet ( o.a. Rekening Courant ) en van de reeds aangetrokken leningen en mogelijk nog aan te trekken leningen wordt de voor het begrotingsjaar verwachte rente bepaald.
Afschrijving
Op basis van de verwachte boekwaarde van de vaste materiële activa per 1 januari van het begrotingsjaar en de nog resterende levensduur van deze activa wordt de verwachte afschrijving bepaald.
Daarnaast wordt in de begroting een investeringsoverzicht opgenomen waarin de investeringen voor de volgende vier jaar worden opgenomen. Op basis van bovenstaande informatie wordt per investering de kapitaallasten berekend voor het komende begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren. De rentelasten worden gerekend over de boekwaarde per 1 januari van het betreffende jaar.
Conform hoofdstuk 5.7 worden de afschrijvingslasten ingerekend vanaf het jaar nadat het actief in gebruik is genomen. De kapitaallasten van voorgenomen investeringen staan in de begroting geraamd. Via de vaststelling van die begroting stemt de raad dus ook in met deze lasten.
Tevens wordt aan de raad voorgesteld om ook in te stemmen met de votering van de investeringskredieten die in het investeringsoverzicht van de begroting zijn opgenomen. In het lopende begrotingsjaar wordt daarover dus geen apart besluit meer gevraagd.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.2.
De raming van kapitaallasten (in de begroting)
Onderdeel van Nota rente activa en afschrijvingsbeleid 2024