Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2025

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1. van de Jeugdwet of artikel 2.3.6 van de Wmo, als de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten; uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en naar oordeel van het college is gewaarborgd dat de hulp die tot de individuele voorziening behoord van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereik van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat. 2.. De hoogte van een pgb voor een Wmo-voorziening: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt ingevuld pgb-plan, waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke maatschappelijke ondersteuning die tot de individuele voorziening behoort de cliënt van het budget wil betrekken, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; welke doelen met de individuele voorziening bereikt dienen te worden en welke activiteiten daarvoor uitgevoerd worden; de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de maatschappelijke ondersteuning georganiseerd wordt; op welke wijze de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning is gewaarborgd; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; indien van toepassing, welke ondersteuning de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. Als het om een tweedehands voorziening gaat, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven. 3.. De hoogte van een pgb voor een jeugdhulp-voorziening: wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige en/of ouder(s) ingevuld pgb-plan, waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is; welke doelen met de jeugdhulp bereikt dienen te worden en welke activiteiten daarvoor uitgevoerd worden; de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; op welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp is gewaarborgd; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura. 4.. De hoogte van een pgb voor een Wmo-voorziening wordt vastgesteld voor een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; voor onderhoud wordt het pgb indien nodig aangevuld met een percentage van maximaal 9% van het aanschafbedrag van een voorziening in natura per jaar gedurende de afschrijvingsperiode van 7 jaar, tenzij er een andere afschrijvingsperiode geldt; voor een noodzakelijke verzekering voor het gebruik van het hulpmiddel wordt het pgb indien nodig aangevuld met maximaal het bedrag dat een verzekering voor een voorziening in natura via de gemeente kost per jaar gedurende de afschrijvingsperiode van 7 jaar, tenzij er een andere afschrijvingsperiode geldt; Als het om een tweedehandsvoorziening gaat, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven. huishoudelijke ondersteuning: HO en HO-X: uitgevoerd door een formele zorgaanbieder A of B: € 19,39 per uur in 2019 en daarna jaarlijks geïndexeerd met het indexeringspercentage voor een door de gemeente gecontracteerde aanbieder voor Wmo-begeleiding; HO en HO-X: uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk: € 16,06 per uur in 2019 en daarna jaarlijks geïndexeerd met het indexeringspercentage voor een door de gemeente gecontracteerde aanbieder voor Wmo-begeleiding; individuele begeleiding, zowel basis als specialistisch: uitgevoerd door een formele zorgaanbieder A: op basis van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een formele zorgaanbieder B: op basis van 80% van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk: op basis van 50% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; groepsbegeleiding en dagbesteding: uitgevoerd door een formele zorgaanbieder A: op basis van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een formele zorgaanbieder B: op basis van 80% van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; kortdurend verblijf en respijtzorg: uitgevoerd door een formele zorgaanbieder A: op basis van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een formele zorgaanbieder B: op basis van 80% van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk: op basis van 50% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 5.. De tegemoetkoming voor een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 bedraagt maximaal € 141 per kalendermaand, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen. 6.. De hoogte van een pgb voor een Jeugdwet-voorziening wordt vastgesteld op: uitgevoerd door een formele zorgaanbieder A of B: 90% van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk en indien sprake is van een tarief per dag of per dagdeel: 50% van het toepasselijke tarief dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk en indien sprake is van een tarief per uur: het in het eerste lid van artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde gangbare tarief voor een persoon uit het sociale netwerk; 7.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: vast staat dat deze in staat is tot het verrichten van de ondersteuning en zorg op kwalitatieve, doelmatige en veilige wijze; de ondersteuning aan de cliënt niet leidt tot overbelasting bij de persoon die de ondersteuning verleent: er op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb is uitgeoefend bij diens besluitvorming; het bij aangeboden jeugdhulp niet leidt tot voor de jeugdige onveilige situaties. 8.. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; kosten voor vervoer van degene die de maatwerkvoorziening levert. 9.. Het college kan weigeren dat een bepaalde zorgaanbieder voor het leveren van pgb-zorg of ondersteuning wordt ingezet, als gebleken is dat de kwaliteit niet gegarandeerd is. Dit kan bij voorbeeld blijken uit het feit dat een aanbieder bij een inkooptraject geweigerd is of omdat deze niet voldoet aan de gestelde kwaliteitsvereisten. Het college kan hierover nadere regels stellen. 10.. Het college staat niet toe dat een zorgverlener, die betaald wordt vanuit een pgb, een voorziening in pgb aanvraagt of het pgb beheert voor een cliënt. Een gemotiveerde uitzondering hierop is mogelijk wanneer er sprake is van een pgb voor een jeugdige waarbij één van de ouders, de zorg aan de jeugdige verleent en er geen andere beheerder voor het pgb beschikbaar is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel