Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Besteding van het persoonsgebonden budget buiten Amsterdam

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025

(artikel 4.2 Wmo-verordening 2025) 1.. Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend kan dit, nadat hij hiervan melding heeft gedaan aan het college, voor ten hoogste dertien weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van zorg te verlenen tijdens zijn verblijf buiten Amsterdam. 2.. Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend kan dit, nadat hij hiervan melding heeft gedaan aan het college, voor ten hoogste zes weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van zorg, te verlenen tijdens zijn verblijf buiten Nederland. 3.. De in het eerste en tweede lid bepaalde termijn kunnen met nogmaals hetzelfde aantal weken worden verlengd nadat de cliënt hiervan melding heeft gedaan aan het college. 4.. Op de in het eerste en tweede lid bepaalde wijze van besteding zijn de bepalingen uit de Verordening en deze nadere regels onverminderd van toepassing. 5.. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als aan de cliënt een persoonsgebonden budget is toegekend voor hulp bij het huishouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel