Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.27

Rolstoelen en aanvullende voorzieningen

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025

(artikel 4.10 Wmo-verordening 2025) 1.. In aanvulling op artikel 4.10 van de Verordening kan het college een handbewogen rolstoel toekennen als het voor de cliënt medisch noodzakelijk is om zich het grootste deel van de dag zittend te verplaatsen en niet op een andere wijze in een oplossing kan worden voorzien. 2.. Bij toepassing van het eerste lid kan het college een handbewogen rolstoel toekennen in de vorm van: een zelfbeweger waarin de cliënt zichzelf kan voortbewegen; of een duwwandelwagen als de cliënt zich niet zelf kan of wil voortbewegen en er een of meerdere personen in het netwerk van de cliënt zijn die de rolstoel kan duwen. 3.. Het college kan een elektrische rolstoel toekennen als aan de voorwaarde in lid 1 is voldaan en vastgesteld is dat een handbewogen rolstoel niet geschikt of toepasbaar is. 4.. Het college kan een voorziening voor een standaard of individuele aanpassing aan een rolstoel toekennen als dit medisch noodzakelijk is voor het gebruik van de rolstoel. 5.. Het college kan een financiële tegemoetkoming toekennen voor vergoeding van vervoerskosten voor gebruik van een rolstoeltaxi of vervoer door derden als aan de voorwaarde in lid 3 is voldaan en er een aantoonbare vervoersbehoefte is op de langere afstand waarin niet kan worden voorzien met het collectief vervoer omdat er een contra indicatie is voor het collectief vervoer

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel