Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7

Landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang (beschermd verblijf)

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025

(artikel 4.5 Wmo-verordening 2025) 1.. Het college onderzoekt conform het Convenant Landelijke toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang, in welke gemeente de cliënt die in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening opvang of beschermd verblijf, het beste opgevangen kan worden. Het college betrekt bij het onderzoek: de woongeschiedenis van de cliënt; de wens van de cliënt; het sociaal netwerk van de cliënt; werk, dagbesteding of onderwijs; hulpverlening of ondersteuningstrajecten; criminele activiteiten. 2.. Indien het college, op grond van de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde onderzoek, van oordeel is dat de kans van slagen van een traject groter is in een andere gemeente of regio, dan neemt het college - in overleg met de cliënt - contact op met die andere gemeente of regio. 3.. In het geval dat de andere gemeente of regio het oordeel van het college, zoals bedoeld in lid 2, deelt, dan vindt de overdracht van de cliëntgegevens én de cliënt onverwijld plaats, tenzij met de andere gemeente of regio wordt overeengekomen dat het bijdraagt aan de kans van slagen van een traject als deze overdracht later plaatsvindt. 4.. Bij verschil van mening tussen het college en de andere gemeente of regio over de vraag welke gemeente of regio verantwoordelijk is voor het bieden van maatschappelijke opvang aan de cliënt spant het college zich maximaal in om tot een oplossing te komen. 5.. Indien het college en de andere gemeente of regio niet tot een oplossing komen, kan het college het geschil voorleggen aan de commissie geschillen landelijke toegankelijkheid. 6.. Het college volgt in het geschil het oordeel van de in het vorige lid genoemde commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel