Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3.2

Begripsbepalingen voor financiële tegemoetkomingen meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025

(artikel 5.2 Wmo-verordening 2025) 1.. De begrippen in deze Nadere regels worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wmo 2015. 2.. Voorts wordt in deze Nadere regels verstaan onder: Bescheiden vermogen: Het vermogen dat de grenzen zoals genoemd in artikel 34 Participatiewet niet te boven gaat. Mensen met een chronische ziekte of beperking: Inwoners van de gemeente Amsterdam die blijkens een medische verklaring voor tenminste 12 maanden zodanig chronisch ziek zijn of fysieke of psychische beperkingen ondervinden, dat zij gedurende die periode noodgedwongen extra kosten maken. Fiscaal inkomen: Het brutoloon met daarbij gerekend belaste vergoedingen, waaronder begrepen de vergoeding van de werkgever voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, zoals dit blijkt uit de jaaropgave of inkomensspecificatie van een werkgever of een uitkeringsinstelling zoals WPI. Laag inkomen < pensioengerechtigde leeftijd (PGL): een fiscaal gezinsinkomen dat minder dan of gelijk is aan 130% van het bruto wettelijk minimumloon (WML) voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden; een afgeleid percentage van het WML voor alleenstaanden of alleenstaande ouders dat elk half jaar door de directeur Inkomen wordt vastgesteld of; een fiscaal gezinsinkomen dat hoger is dan 130% van die normen, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie. Laag inkomen > PGL: Een (pensioen) of ander fiscaal (gezins) inkomen dat minder dan of gelijk is aan 130% van de op de gezinssituatie van toepassing zijnde maximale bruto AOW norm, of meer dan 130% van die norm, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Peildatum: 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien het inkomensniveau in het jaar van de peildatum niet beschikbaar is, wordt het inkomensniveau in het jaar voorafgaand aan de peildatum gebruikt. Hetzelfde geldt voor het vermogensniveau op de peildatum. Vermogen: Alle bezittingen in geld en goederen behoudens een gebruikelijke woninginrichting en medisch noodzakelijke (vervoers)voorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel