**1..** Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger een onderzoek uit en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.
**2..** Het college wijst voorafgaand aan het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5, van de Wet en van onafhankelijke cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
**3..** Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige en/of ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen gedurende twee weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige en/of ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan.
**4..** Het college kan in overleg met de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger afzien van een onderzoek als de aanvraag wordt ingetrokken. Dat wordt schriftelijk bevestigd.
**5..** Het college onderzoekt wanneer een jeugdige en/of een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger zich meldt met een vraag over jeugdhulp met de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger:
wat de hulpvraag van de jeugdige en/of ouder(s) is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan;
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en/of ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie;
of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens:
welke problemen of stoornissen dat zijn;
welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige en/of ouder(s) om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren;
of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden (zie artikel 5.6 van deze verordening); en
voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een (lokale) algemene voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp.
hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en/of ouder(s);
indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen.
**6..** Als de jeugdige en/of ouder(s) een familiegroepsplan aan het college hebben overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige en/of ouder(s) zoveel mogelijk betrokken en gehoord.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2025 gemeente Enkhuizen