Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels en de Wgs, besluit het college tot beëindiging van hulp bij geldzaken of schuldhulpverlening als:
cliënt niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 6 en 7 Wgs, artikel 5 van deze beleidsregels, het plan van aanpak of de schuldregelingsovereenkomst nakomt;
het traject van hulp bij geldzaken of schuldhulpverlening succesvol is afgerond;
cliënt hier zelf om verzoekt;
cliënt niet langer behoort tot de doelgroep;
cliënt zich ten opzichte van de medewerkers belast met werkzaamheden die voortvloeien uit de Wgs of deze beleidsregels naar oordeel van het college zeer ernstig misdraagt. In dit geval kan cliënt voor een periode van maximaal 36 maanden worden uitgesloten van het recht op hulp bij geldzaken en schuldhulpverlening;
hulp bij geldzaken en schuldhulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt, naar het oordeel van het college niet langer passend of noodzakelijk is;
cliënt overlijdt;
cliënt rechtens zijn vrijheid is ontnomen en als gevolg hiervan het traject hulp bij geldzaken en schuldhulpverlening geen doorgang kan vinden;
op grond van onjuiste gegevens hulp bij geldzaken of schuldhulpverlening is toegekend, terwijl het college, indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest, een andere beslissing zou hebben genomen.
Artikel 6.
Beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels hulp bij geldzaken en schuldhulpverlening Bernheze 2025