**1..** Gelet op de aard van de activiteiten en het doel van deze regeling kunnen burgemeester en wethouders slechts aan de penvoerder van één samenwerkingsverband per in het tweede lid aangewezen grondgebied subsidie verstrekken voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
**2..** De subsidiabele activiteiten kunnen uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van jeugdigen die wonen binnen de volgende geografisch afgebakende gedeelten van de gemeente Breda:
Noordwest, bestaande uit de wijken: Kesteren, Muizenberg, Heksenwiel, Hagebeemd, Overkroeten, Kroeten, Gageldonk en Kievitsloop, en het dorp Prinsenbeek (met postcodes 4822, 4823, 4824, 4841);
Zuidwest, bestaande uit de wijken: Effen-Rith, Fellenoord, Haagpoort, Hazeldonk, Heilaar, Heuvel, Liesbos, Princenhage, Ruitersbos, Schorsmolen, Station, Tuinzigt, Valkenberg en Westerpark (met postcodes: 4811, 4812, 4813, 4814, 4815, 4819, 4836, 4837, 4838 en 4839.
**3..** Subsidie wordt uitsluitend op grond van deze regeling verleend voor het tijdvak 2026.
**4..** De subsidie wordt verleend onder de ontbindende voorwaarde dat er tussen (de gemeenten binnen) Regio WBO en de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(s) die deelneemt (deelnemen) aan het samenwerkingsverband, geen overeenkomst tot stand komt op grond van de procedure Jeugdhulp Regio WBO 2025, dan wel dat een tot stand gekomen overeenkomst om welke reden dan ook eindigt gedurende het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend.
**5..** Indien de Raad op het moment van subsidieverlening met betrekking tot het gebied Zuidwest nog niet heeft besloten tot aanpassing van de Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2025, in die zin dat daarbij het gebied Zuidwest wordt aangewezen als het gebied waarop de activiteiten van het SLT zich richten, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de Raad daar alsnog toe besluit. Indien de Raad besluit de Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2025 niet conform het voorgaande te wijzigen, althans het daartoe strekkende besluit niet uiterlijk op 31 december 2025 is genomen, kan het College besluiten de subsidie lager of op nihil vast te stellen conform het bepaalde in artikel 4:46, lid 1 Awb. Bij de vaststelling neemt het College tevens het bepaalde in lid 6 in acht.
**6..** In geval van lagere vaststelling of een vaststelling op nihil van de subsidie conform het bepaalde in het vorige lid, zal de subsidie worden vastgesteld op de kosten die de subsidieontvanger vanaf het moment van subsidieverlening heeft gemaakt ter voorbereiding op de subsidiabele activiteiten. Daarbij wordt alleen rekening gehouden met daadwerkelijk gemaakte kosten waarvan de noodzaak en de redelijkheid kan worden vastgesteld.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 5:5
Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Onderdeel van Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026