In deze subsidieregeling betekent:
Cofinanciering: andere inkomsten naast de subsidiebijdrage van de gemeente Breda uit deze regeling, bijvoorbeeld inkomsten uit kaartverkoop, sponsoring, fondsen en bijdragen in natura (met uitzondering van vrijwilligersinzet);
Culturele infrastructuur: alle culturele voorzieningen vormen, samen met het aanbod, de culturele infrastructuur van de stad;
Culturele amateurkunstorganisaties: vrijwilligersorganisaties met een artistiek inhoudelijke doelstelling waarvan de deelnemers een bepaalde kunstvorm beoefenen op een niet-beroepsmatige basis;
Culturele organisatie: een professionele organisatie met een in de statuten verankerde culturele doelstelling, die niet valt onder de bepaling van een culturele amateurkunstorganisatie;
Cultuurbeleid: het document Cultuurbeleid 2025-2040: ‘Stad van creatief talent’. Hierin staan beleidsdoelen die de gemeente Breda wil bereiken. Dit beleidskader wordt gebruikt bij het beoordelen van de aanvragen;
Cultureel project met stedelijk belang: een project dat primair van artistiek-culturele aard is, draait om een kunstzinnige of creatieve uiting, Breda op de kaart zet als stad van creatief talent en aantrekkingskracht heeft op bewoners en bezoekers.
Inhoudelijke samenwerking: houdt in dat partijen op artistiek gebied actief meedenken en meewerken aan de inhoud van een activiteit.
Tendersysteem: subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de in deze regeling genoemde vereisten en worden onderling gewogen.
De-minimis verklaring: de de-minimisverklaring wordt ingezet om te controleren of een organisatie de-minimissteun ontvangt en hoeveel. In de verklaring dient ingevuld te worden hoeveel staatsteun in het huidige en de twee voorgaande belastingjaren is ontvangen. Hiermee wordt gecontroleerd of dit bedrag niet het maximum van 300.000 euro overschrijdt.
Hoofdstuk 14 › Paragraaf 14.3
Artikel 14:28
Betekenissen
Onderdeel van Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026