Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Dienstauto.

Onderdeel van Verordening voorzieningen wethouders 2007

1.. De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder dienstauto wordt voor de toepas­sing van dit artikel mede verstaan een door de gemeente ingehuurde auto. Er wordt pas gebruik gemaakt van de  dienstauto, indien de dienstreis in redelijk­heid niet gemaakt kan worden door gebruik van, achtereenvolgens, de  dienst­fiets, eigen vervoer en/ of openbaar vervoer. 2.. De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouder niet worden ge­bruikt voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, maar wel voor reizen ten behoeve van nevenfuncties die de wethouder vervult uit hoofde van zijn ambt. 3.. Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het tweede lid bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de gemeentelijke dienstauto en daarvoor van een derde ook een vergoeding van reiskosten ontvangt, wordt die vergoeding in de gemeentekas gestort.

Rechtspraak bij dit artikel