**1..** Het college voert in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) zo spoedig mogelijk een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid. In overleg met het college kunnen de jeugdige en/of zijn ouder(s) de aanvraag/hulpvraag lopende het onderzoek wijzigen.
**2..** Het college wijst voor het onderzoek de jeugdige of zijn ouder(s) op de mogelijkheid om gebruik te maken van onafhankelijke clientondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4, van de wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
**3..** Het college wijst voor het onderzoek de jeugdige of zijn ouder(s) op de mogelijkheid zelf een familiegroepsplan op te stellen en te verstrekken. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan.
**4..** Het college onderzoekt:
wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s) is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan;
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie;
of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen, en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens:
welke problemen of stoornissen dat zijn;
welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren;
of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; en
voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp;
hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s);
indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen.
**5..** Als de jeugdige en/of zijn ouder(s) een familiegroepsplan aan het college hebben overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord.
**6..** Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) medegedeeld welke mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige en/of zijn ouder(s) wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Onderdeel van Verordening jeugdhulp 1 juli 2025 gemeente Koggenland