**1..** Het college verstrekt een pgb als:
de jeugdige of zijn ouder(s) zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten;
uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 8 van de wet blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en
naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 6.5 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
**2..** Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag:
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;
betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen;
veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf;
op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder;
**3..** Onverminderd artikel 8.1.1 van de wet verstrekt het college geen pgb met terugwerkende kracht toe, langer dan het moment van de aanvraag.
**4..** Het college kent geen pgb toe als:
Voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 8.1.4, lid 1 sub a en lid 3 van de wet;
er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie;
voor zover het persoonsgebonden budget is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college;
als de cliënt (en diens eventuele vertegenwoordiger) niet voldoende pgb vaardig is, zoals opgenomen in artikel 8 van de wet;
de kwaliteit van de ondersteuning onvoldoende is geborgd;
de zorg die aangevraagd wordt, valt onder gebruikelijke hulp;
behandeling geboden wordt door een ouder of personen waarbij sprake is van een persoonlijke band die de belangen mogelijk in de weg staat;
de zorg welke geboden wordt tot (dreigende) overbelasting leidt van de persoon uit het sociaal netwerk.
**5..** De volgende kosten zijn uitgesloten van vergoeding vanuit een pgb:
kosten voor bemiddeling;
kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;
kosten voor het voeren van een pgb-administratie;
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb;
kosten voor vervoer als de jeugdige op grond van artikel 3.8 naar het oordeel van het college niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening;
kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag;
kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering.
**6..** Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb herzien dan wel intrekken.