**1..** Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.
**2..** Indien burgmeester en wethouders op grond van het eerste lid toestemming hebben verleend, dient het voorwerp door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging geen gevaar op te leveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
**3..** Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Hoofdstuk
Artikel 3.2