Deze verordening is, met het oog op een goede leefomgeving, gericht op:
het waarborgen van de veiligheid;
het beschermen van de gezondheid;
het beschermen van het milieu;
het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening;
het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden;
het behoud van cultureel erfgoed;
het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed;
de natuurbescherming;
het tegengaan van klimaatverandering;
de kwaliteit van bouwwerken;
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten;
het beheer van infrastructuur;
het beheer van watersystemen;
het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen;
het beheer van natuurlijke hulpbronnen;
het beheer van natuurgebieden;
het gebruik van bouwwerken; en
het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.