Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

Beleidskader voor woningen en/of een daarbij behorend erf

Onderdeel van Beleidsregel voor de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet 2025

In artikel 2 van deze beleidsregel is de definitie van het begrip ‘woning’ weergegeven. Een woning hoeft niet in een woonhuis te zijn gelegen. Onder omstandigheden kan ook een hotelkamer of ander recreatieverblijf als woning worden aangemerkt. Een persoon die incidenteel overnacht in een woning en niet op dit adres in de BRP staat ingeschreven, wordt niet aangemerkt als bewoner. Als er wél sprake is van een bewoner, dan leidt diens tijdelijke afwezigheid, bijvoorbeeld wegens vakantie of opname in een ziekenhuis, er niet toe dat de ruimte het karakter van woning verliest. Beleidsuitgangspunt is een gehele sluiting van een woning. Dit met het oog op een van de doelstellingen: het verwijderen van een drugspand uit het drugscircuit. Doorgaans zal een woning als zodanig en niet (alleen) een zich daarin bevindende specifieke kamer bekend staan als drugspand. Als er sprake is van een woning waarin kamerverhuur plaatsvindt en de illegale drugs(handel) in één van de verhuurde kamers is geconstateerd, dan kan een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen. Gelet op het feitelijke gebruik ervan kan deze kamer in principe worden aangemerkt als afzonderlijke woning. Onderstaand wordt weergegeven welke sluitingstermijnen worden gehanteerd bij het aantreffen van een handelshoeveelheid soft- of harddrugs in een woning en/of een daarbij behorend erf. Sluitingstermijn softdrugs woning en/of een daarbij behorend erf Constatering 1e constatering 2e constatering* 3e constatering* Aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs en/of voorbereidingshandelingen daartoe 3 maanden 6 maanden 12 maanden * Binnen drie jaar na de vorige constatering (recidive). Concreet: maatregel volgt wanneer de 2e constatering zich voordoet binnen 3 jaar na de 1e constatering, maatregel volgt wanneer de 3e constatering zich voordoet binnen 3 jaar na de 2e constatering. Sluitingstermijn harddrugs woning en/of een daarbij behorend erf Constatering 1e constatering 2e constatering* 3e constatering* Aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs en/of voorbereidingshandelingen daartoe 4 maanden 6 maanden 12 maanden * Binnen drie jaar na de vorige constatering (recidive). Concreet: maatregel volgt wanneer de 2e constatering zich voordoet binnen 3 jaar na de 1e constatering, maatregel volgt wanneer de 3e constatering zich voordoet binnen 3 jaar na de 2e constatering. Indien zowel sprake is van een overtreding met zowel een handelshoeveelheid harddrugs als softdrugs, dan geldt het regime voor een overtreding met harddrugs.

Rechtspraak bij dit artikel