Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Definitieve locatie oplaadpaal/-infrastructuur

Onderdeel van Beleidsregels Plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen op openbaar terrein 2024

Het college bepaalt in overleg met de aanvrager de definitieve locatie van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en). Het college toetst hierbij aan de volgende criteria: de voorgestelde locatie staat op de laadkaart van de gemeente; de noodzaak voor een oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur blijkt uit de behoefte van gebruikers binnen een loopafstand van 300 meter van de aangevraagde locatie; de maximale loopafstand naar een laadpaal bedraagt 300 meter; de desbetreffende ondergrond is in eigendom van de gemeente; het is aannemelijk dat de locatie door meerdere gebruikers gedeeld kan worden (dit om te voorkomen dat er “privé-parkeerplaatsen” gecreëerd worden); de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur kan worden voorzien van twee of meer aansluitpunten en kunnen – eventueel op termijn – twee of meer parkeerplaatsen bedienen; het betreft een bestaand parkeervak / bestaande parkeervakken of er is zichtbaar sprake van langsparkeren op de rijbaan; de doorgang voor ander verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel etc.) blijft gewaarborgd; er zijn geen belemmeringen ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen; er is geen sprake van geplande reconstructies of andere infrastructurele ontwikkelingen (zie artikel 19 onder toelichting); de laadpaal is bereikbaar voor hulpdiensten. Voor de locaties op de laadkaart worden vooraf al verkeersbesluiten genomen, zodat bij een aanvraag voor een laadpaal een sneller proces kan worden doorlopen. In beginsel wordt er bij een nieuw te realiseren oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur één parkeerplaats ingericht voor het opladen van elektrische voertuigen. Indien het gebruik van de oplaadpaal en/of oplaadinfrastructuur dit toelaat, wordt een tweede parkeerplaats ingericht. Aangezien reeds een verkeersbesluit voor beide plaatsen genomen is, hoeft hier geen nieuw besluit meer voor te worden genomen. De aanvrager toont aan de hand van het aantal afgenomen kWh per maand en/of jaar aan dat de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur effectief in gebruik is geweest en/of aan de hand van nieuwe verzoeken van potentiële gebruikers aan dat er behoefte bestaat aan een tweede parkeerplaats. De gemeente kan dit ook zelf bepalen aan de hand van data die het gebruik van de desbetreffende laadpaal laat zien. De grenswaarde voor het reserveren van een tweede parkeervak bij een laadpaal voor het uitsluitend opladen van elektrische voertuigen is bij een afname van minimaal 700 kWh per maand. Wanneer beide parkeervakken al gereserveerd zijn voor het uitsluitend opladen van elektrische voertuigen en de laadpaal een afname heeft van minimaal 1000 kWh per maand wordt in hetzelfde of aansluitend gebied binnen 300 meter loopafstand een extra laadpaal geplaatst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel