Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.1

Welstandgebieden met beschermd welstandniveau

Onderdeel van Handreiking opstelpunten antenne-installaties

Voor de welstandsgebieden die vallen onder het beschermd welstandniveau, hanteert de gemeente een restrictief beoordelingskader. Hier wordt medewerking verleend, als aangetoond kan worden dat de mobiele connectiviteit in het geding is. Daarbij dient aangetoond te worden dat in de omliggende gebieden, met een regulier of bijzonder welstandniveau, geen adequate locatie of oplossing gevonden kan worden. Het voeren van restrictief beleid is mede ingegeven door de ervaring dat een antenne-installatie, zoals een vrijstaande antennemast, vaak bezwaren oplevert, wat leidt tot lange procedures. Hieronder vallen ook monumenten en beschermde dorps- en/of stadsgezichten. De welstandgebieden 1 t/m 3 (Binnenstad, Westerhoutkwartier en De Rijp, zie bijlage 2b) vallen onder beschermd stads- en dorpsgezicht. Deze gebieden kennen veel cultuurhistorische waarde door landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten en zijn mede daardoor Rijksbeschermd. Voor de toets aan redelijke eisen van welstand dienen de volgende criteria gehanteerd te worden: De zichtbaarheid van de antenne(installaties) en bijbehorende appendages moeten vanaf de openbare ruimte worden geminimaliseerd oftewel plaatsen achter de voorgevellijn en zoveel mogelijk inpassen in de omgeving of uit het zichtveld; Telecomaanbieders dienen zoveel mogelijk opstelpunten te delen (site-sharing), waarbij meerdere installaties op één per pand of toren worden geclusterd; Antenne-installaties (spriet of staafantenne) mogen maximaal 5,00 m hoog zijn (gemeten vanaf maaiveld of snijpunt met aangrenzend dakvlak bij plaatsing op dak of aan gevel); Bij de locatiekeuze van antenne-installaties en opstelpunten (vrijstaande antennemasten), moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij bestaande hoge bebouwing en/of hoge verticale elementen binnen en buiten de bebouwde kom. Installaties en bijbehorende voorzieningen dienen in één geheel vormgegeven te worden gegeven met de omgeving als het gaat om materiaalkeuze, kleurstelling (gegalvaniseerd, antraciet of grijs) en vormgeving (slank); Bij het plaatsen van antennes op een achtererf, altijd vrijplaatsen, dus niet aan een gebouw bevestigen.

Rechtspraak bij dit artikel