Voor het realiseren van een prémantelzorgwoning is een Omgevingsvergunning vereist. Dit voor het mogelijk maken van het gebruiken van (bijbehorende) bouwwerken voor prémantelzorg en voor nieuwbouw van of aanpassingen aan (bijbehorende)bouwwerken. Wanneer aan voorliggende beleidsregel wordt voldaan kan het college van B&W een Omgevingsvergunning middels een vergunningsprocedure afgeven, voor zowel het gebruik als het bouwwerk.
De vergunning is persoonsgebonden en locatiegebonden. De aanvraag wordt getoetst aan geldende wet- en regelgeving. De prémantelzorgwoning moet, net als een reguliere woning, voldoen aan alle daarvoor geldende wet- en regelgeving (Omgevingswet, milieuwetgeving, etc.), met uitzondering van het hieronder genoemde onder d.3.
De Omgevingsvergunning geeft geen toestemming voor het gebruik van huurwoningen. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt de bevoegdheden, rechten en verplichtingen van eigenaren van panden en huurders. Het is aan de huurder om de gewenste prémantelzorgbewoning met de verhuurder te regelen.
a. Vroegtijdige beëindiging
De instandhoudingstermijn van de vergunning is 15 jaar, tenzij zich één van de volgende situaties voordoet:
- de huisvesting in verband met prémantelzorg wordt beëindigd;
- de prémantelzorgrelatie wordt beëindigd;
- de prémantelzorgvrager of -verlener komt te overlijden.
De prémantelzorgwoning dient in deze onder 2.a genoemde gevallen binnen 18 weken te worden verwijderd in het geval van een tijdelijke prémantelzorgunit. In het geval van een prémantelzorgsituatie in een permanent (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk moeten de woonvoorzieningen (zoals keuken of badkamer) binnen 18 weken verwijderd zijn, zodanig dat er geen sprake meer is van een zelfstandige woning.
b. Verstrijken instandhoudingstermijn
Wanneer de prémantelzorgsituatie opgevolgd wordt door mantelzorg zoals dat vastgelegd is in de Bruidsschat van de Omgevingswet in samenhang met het omgevingsplan, kan een mantelzorgwoning vergunningsvrijmogelijk zijn.
Indien na de periode van 15 jaar geen daadwerkelijke mantelzorgsituatie is ontstaan, dient opnieuw een vergunning te worden aangevraagd, of dient de prémantelzorgsituatie te worden beëindigd.
c. Eisen prémantelzorgwoning
- Wij adviseren de prémantelzorgwoning rolstoeltoegankelijk in te richten, zodat deze is afgestemd op de mogelijke toekomstige zorgbehoefte. Hierbij valt te denken aan:
• doorgangen van minimaal 800 mm breed;
• drempels van maximaal 20 mm hoog, bij voorkeur drempelloos;
• voldoende keer- en manoeuvreerruimte voor een rolstoelgebruiker.
De aanvrager wordt verwezen naar het BAT-systeem. De gemeente is niet verantwoordelijk voor het (rolstoel)toegankelijk maken van de woning. Indien later zorgtoegankelijke aanpassingen nodig zijn kunnen deze kosten niet verhaald worden op de gemeente.
-Er mag maximaal één prémantelzorgwoning bij het hoofdgebouw bij de woonfunctie gerealiseerd worden.
d. Eisen bouwwerk
Voor een prémantelzorgwoning komen de volgende bouwwerken in aanmerking:
1. een bestaand bijbehorend bouwwerk bij de woning (overeenkomstig het omgevingsplan of vergunningsvrij bouwen);
2. een nieuw bijbehorend bouwwerk dat conform het omgevingsplan of regels vergunningsvrijbouwen is;
3. een nieuw (tijdelijk) bijbehorend bouwwerk dat afwijkt van het omgevingsplan op de punten: tijdelijkheid, oppervlakte van de prémantelzorgwoning, situering van de prémantelzorgwoning en totale bebouwde oppervlakte van het bouwperceel. In deze gevallen dient de prémantelzorgwoning te voldoen aan onderstaande eisen:
- de oppervlakte van de prémantelzorgwoning is niet meer dan 100 m2 en;
- de situering van het bouwwerk is in het achtererfgebied. Wanneer de prémantelzorgwoning niet in het achtererfgebied is gerealiseerd, kan medewerking worden verleend wanneer de prémantelzorgwoning passend is in de omgeving, geen milieu belemmeringen oplevert voor de omgeving, geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken tot gevolg heeft en dit ruimtelijk gemotiveerd is en;
- de totale bebouwde oppervlakte van het bouwperceel bedraagt maximaal 50%. Medewerking kan worden verleend aan meer bebouwde oppervlakte wanneer dit passend is in de omgeving en dit ruimtelijk gemotiveerd is;
- een tijdelijk bijbehorend bouwwerk is in zijn geheel of in delen verplaatsbaar en verwijderbaar.