In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. aanvrager: de inwoner van de gemeente Renswoude die ten behoeve van zichzelf, zijn partner of zijn kind(eren) een vergoeding op grond van deze verordening aanvraagt;
b. aanvraagperiode: de periode waarin een aanvraag kan worden ingediend.
c. de doelgroep: inwoners van de gemeente Renswoude met een laag inkomen en de tot hun last komende kinderen;
d. huishouden: een alleenstaande, een alleenstaande ouder of een gezin, als bedoeld in het eerste lid, sub c, van artikel 4 van de Participatiewet (Pw);
e. inkomen: het inkomen zoals dat geldt voor de algemene bijstand artikel 32 van de Pw exclusief vakantietoeslag;
f. kind: een persoon jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of gehuwde ouders, die ingeschreven staat in de gemeente Renswoude in de Basisregistratie personen, kinderbijslag op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt betaald of zal worden betaald vanaf het eerstvolgende kwartaal of het pleegkind jonger dan 18 jaar waarvoor een pleegvergoeding wordt ontvangen op grond van artikel 5.3, lid 1, van de Jeugdwet (Jw);
g. norm: de op de aanvrager van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in artikel 5, onder c, van de Pw;
h. pasjaar: periode waarop de toekenning betrekking heeft en die van 1 juli tot en met 30 juni loopt;
i. peildatum: 30 juni van de lopende aanvraagperiode;
j. uitvoerder: de uitvoerende instantie die namens het college de minimaregelingen uit deze verordening uitvoert.
k. vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Pw waarbij in afwijking van het bepaalde in dit artikel het vermogen in de eigen woning buiten beschouwing wordt gelaten.