**1..** Het bestuur legt over elk kalenderjaar verantwoording af aan de deelnemers over de inkomsten en uitgaven onder overlegging van de daarbij behorende bescheiden.
**2..** Het bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar het getrouwe beeld van de baten en lasten en van een onderzoek naar de rechtmatigheid daarvan, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundige, alsmede hetgeen voor haar verantwoording van belang is.
**3..** Het bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, het concept jaarverslag en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemers. De raden kunnen het bestuur van hun zienswijzen op de voorlopige jaarrekening doen blijken.
**4..** Het bestuur stelt de rekening van het voorafgaande jaar voor 1 juli vast en zendt deze binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli aan Gedeputeerde Staten. Van de vaststelling doet het bestuur mededeling aan de colleges en de raden van de deelnemers.