Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 24

Uittreding

Onderdeel van Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O 2024

1.. Een college kan tot uittreding besluiten, na verkregen toestemming van zijn raad als bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid van de wet. 2.. De uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van enig jaar, met dien verstande dat tenminste een opzegperiode van één kalenderjaar na het besluit, bedoeld in het eerste lid, in acht is genomen. 3.. Het bestuur regelt in een uittredingsregeling de financiële en andere gevolgen van de uittreding. Alvorens hieromtrent de besluiten hoort het bestuur de colleges van de deelnemers. Het bestuur neemt zijn besluit vervolgens met een twee derde meerderheid. Daarbij geldt in ieder geval als uitgangspunt dat de volgende kosten en bedragen voor rekening van de uittredende deelnemer komen: de eenmalige kosten als gevolg van het uittreden; de contante waarde van de door het uittreden ontstane meerkosten voor de overige deelnemers en de bedrijfsvoeringsorganisatie, gekapitaliseerd voor een periode van 5 jaar, te rekenen vanaf het moment van uittreding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel