Een politieke ambtsdrager bejegent een andere politiek ambtsdrager, een andere bestuurder, de griffier, de gemeentesecretaris en een ambtenaar op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media en blijft weg van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld.
Het ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag door een politieke ambtsdrager aan het adres van een andere politieke ambtsdragers of andere fracties zijn ongewenste omgangsvormen.
Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaakt en bevordert een politieke ambtsdrager actief de sociale veiligheid door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Politieke ambtsdragers kunnen elkaar hierbij ondersteunen.
Als een politiek ambtsdrager ongewenst gedrag van collega politieke ambtsdragers ervaren hebben, kunnen zij zich wenden tot de vertrouwenspersoon voor advisering en ondersteuning. Ook kan een politiek ambtsdrager zich wenden tot de burgemeester of griffier voor advisering.
Hoofdstuk 6
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van RAADSBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN DE GEDRAGSCODE INTEGRITEIT POLITIEKE AMBTSDRAGERS VEENENDAAL