De persoon die ongewenst gedrag ervaart of heeft ervaren kan zich wenden tot de vertrouwenspersoon waarbij de vertrouwenspersoon een luisterend oor biedt, adviseert en ondersteunt.
Daarnaast kan de persoon die ongewenst gedrag ervaren heeft zich wenden tot de burgemeester of de griffier waarbij de burgemeester of de griffier een luisterend oor biedt en een advies kan geven.
Wenst de persoon bemiddeling met de betrokkene wiens gedrag als ongewenst ervaren is, dan kan deze persoon zich tot de burgemeester of de griffier wenden met het verzoek tot bemiddeling door een externe adviseur.
De griffier informeert de betrokkene over het verzoek tot bemiddeling en als deze instemt met het verzoek tot bemiddeling, organiseert de griffier de bemiddeling.
De bemiddeling vindt plaats onder leiding van een externe adviseur, zoals een mediator.
Zowel de persoon die ongewenst gedrag heeft ervaren als de betrokkene kunnen zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.
Het doel van deze bemiddeling is het bespreekbaar maken van het ervaren ongewenste gedrag, en of en hoe een voor beiden gewenste situatie kan worden bereikt. Het doel van de bemiddeling is niet om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van ongewenst gedrag.
Biedt deze bemiddeling geen oplossing of wordt door één van beide personen een andere afhandeling gewenst, dan kan het ervaren ongewenste gedrag aanhangig worden gemaakt bij een door beide personen geaccepteerd gezaghebbend persoon, die om een beoordeling wordt gevraagd waarbij beide personen ook hebben aangegeven bereid te zijn zich aan deze beoordeling te committeren.
Als geen overeenstemming wordt bereikt over de te consulteren persoon, dan kan de voorzitter van de raad een persoon aanwijzen.
De griffier organiseert een schriftelijke vastlegging van de melding, het verloop van het proces op hoofdlijnen, de uitkomst en afronding daarvan.
De griffier of de burgemeester kan de fractievoorzitters op de hoogte stellen van de afhandeling van de melding.
De persoon die het gedrag als ongewenst ervaart of heeft ervaren kan daarvan eveneens melding doen ingevolge het protocol melding vermoeden integriteitsschending.
In het geval de voorzitter van de raad of de griffier het ongewenste gedrag hebben ervaren of in het geval een persoon ongewenst gedrag door de voorzitter van de raad of griffier heeft ervaren, dan worden hun werkzaamheden zoals omschreven in dit artikel uitgevoerd door hun plaatsvervangers.
Artikel 2.
Ervaren ongewenst gedrag
Onderdeel van RAADSBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN HET PROTOCOL ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN POLITIEKE AMBTSDRAGERS VEENENDAAL