De in artikel 3 bedoelde belasting wordt niet geheven terzake van:
1.gebouwde onroerende zaken, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag – andere dan kerkgenootschappen – die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn , voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende levensovertuiging;
2.gebouwde onroerende zaken, welke in hoofdzaak worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente.
Artikel 12
Vrijstellingen
Onderdeel van verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011